Übersetzungen für beginnen

Suchbegriff:

beginnen

  hat 6 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 18 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

beginnen (begin, algemeen, bespreking, baan, aanvangen, starten)

Französisch beginnen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

lancer (v) (begin)

commencer (v) (algemeen)

commencer (v) (bespreking)

commencer (v) (baan)

commencer (v) (aanvangen)

commencer (v) (starten)

débuter (v) (algemeen)

débuter (v) (bespreking)

débuter (v) (baan)

débuter (v) (aanvangen)

débuter (v) (starten)

y aller (v) (algemeen)

y aller (v) (bespreking)

y aller (v) (baan)

y aller (v) (aanvangen)

y aller (v) (starten)

engager (v) (algemeen)

engager (v) (bespreking)

engager (v) (baan)

engager (v) (aanvangen)

engager (v) (starten)

engager (v) (begin)

apparaître (v) (algemeen)

apparaître (v) (bespreking)

apparaître (v) (baan)

apparaître (v) (aanvangen)

apparaître (v) (starten)

entamer (v) (algemeen)

entamer (v) (bespreking)

entamer (v) (baan)

entamer (v) (aanvangen)

entamer (v) (starten)

se mettre à (v) (algemeen)

se mettre à (v) (bespreking)

se mettre à (v) (baan)

se mettre à (v) (aanvangen)

se mettre à (v) (starten)

entreprendre (v) (algemeen)

entreprendre (v) (bespreking)

entreprendre (v) (baan)

entreprendre (v) (aanvangen)

entreprendre (v) (starten)

instaurer (v) (begin)

inaugurer (v) (begin)

amorcer (v) (begin)

Italienisch beginnen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

assumere una carica (v) (algemeen)

assumere una carica (v) (bespreking)

assumere una carica (v) (baan)

assumere una carica (v) (aanvangen)

assumere una carica (v) (starten)

attaccare (v) (algemeen)

attaccare (v) (bespreking)

attaccare (v) (baan)

attaccare (v) (aanvangen)

attaccare (v) (starten)

avere inizio (v) (algemeen)

avere inizio (v) (bespreking)

avere inizio (v) (baan)

avere inizio (v) (aanvangen)

avere inizio (v) (starten)

avviare (v) (begin)

cominciare (v) (algemeen)

cominciare (v) (bespreking)

cominciare (v) (baan)

cominciare (v) (aanvangen)

cominciare (v) (starten)

entrare in carica (v) (algemeen)

entrare in carica (v) (bespreking)

entrare in carica (v) (baan)

entrare in carica (v) (aanvangen)

entrare in carica (v) (starten)

incominciare (v) (algemeen)

incominciare (v) (bespreking)

incominciare (v) (baan)

incominciare (v) (aanvangen)

incominciare (v) (starten)

iniziare (v) (algemeen)

iniziare (v) (bespreking)

iniziare (v) (baan)

iniziare (v) (aanvangen)

iniziare (v) (starten)

iniziare (v) (begin)

intentare (v) (algemeen)

intraprendere (v) (algemeen)

istituire (v) (algemeen)

promuovere (v) (begin)

Englisch beginnen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

lead off (v) (algemeen)

go ahead (v) (algemeen)

begin (v) (algemeen)

institute (formal) (v) (algemeen)

initiate (v) (begin)

start (v) (begin)

open (v) (bespreking)

start (v) (bespreking)

enter upon (v) (baan)

enter on (v) (baan)

begin (v) (baan)

begin (v) (aanvangen)

originate (v) (aanvangen)

start (v) (aanvangen)

begin (v) (starten)

start (v) (starten)

commence (formal) (v) (starten)

initiate (v) (starten)

Deutsch beginnen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

beginnen (v) (algemeen)

anfangen (v) (algemeen)

einleiten (v) (algemeen)

einführen (v) (begin)

anfangen (v) (bespreking)

beginnen (v) (bespreking)

beginnen (v) (baan)

anfangen (v) (baan)

beginnen (v) (aanvangen)

anfangen (v) (aanvangen)

beginnen (v) (starten)

starten (v) (starten)

anfangen (v) (starten)

Spanisch beginnen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

comenzar (v) (algemeen)

comenzar (v) (bespreking)

comenzar (v) (baan)

comenzar (v) (aanvangen)

comenzar (v) (starten)

empezar (v) (algemeen)

empezar (v) (bespreking)

empezar (v) (baan)

empezar (v) (aanvangen)

empezar (v) (starten)

emprender (v) (algemeen)

emprender (v) (bespreking)

emprender (v) (baan)

emprender (v) (aanvangen)

emprender (v) (starten)

entablar (v) (algemeen)

entablar (v) (bespreking)

entablar (v) (baan)

entablar (v) (aanvangen)

entablar (v) (starten)

iniciar (v) (algemeen)

iniciar (v) (bespreking)

iniciar (v) (baan)

iniciar (v) (aanvangen)

iniciar (v) (starten)

iniciar (v) (begin)

instituir (v) (algemeen)

lanzar (v) (begin)

Schwedisch beginnen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

starta (v) (algemeen)

starta (v) (bespreking)

starta (v) (baan)

starta (v) (aanvangen)

starta (v) (starten)

börja (v) (algemeen)

börja (v) (begin)

börja (v) (bespreking)

börja (v) (baan)

börja (v) (aanvangen)

börja (v) (starten)

gå i spetsen (v) (algemeen)

gå i spetsen (v) (bespreking)

gå i spetsen (v) (baan)

gå i spetsen (v) (aanvangen)

gå i spetsen (v) (starten)

sätta igång (v) (algemeen)

sätta igång (v) (bespreking)

sätta igång (v) (baan)

sätta igång (v) (aanvangen)

sätta igång (v) (starten)

inleda (v) (algemeen)

inleda (v) (begin)

inleda (v) (bespreking)

inleda (v) (baan)

inleda (v) (aanvangen)

inleda (v) (starten)

påbörja (v) (algemeen)

påbörja (v) (bespreking)

påbörja (v) (baan)

påbörja (v) (aanvangen)

påbörja (v) (starten)

begynna (v) (algemeen)

begynna (v) (bespreking)

begynna (v) (baan)

begynna (v) (aanvangen)

begynna (v) (starten)

initiera (v) (begin)

Portugiesisch beginnen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

começar (v) (algemeen)

começar (v) (bespreking)

começar (v) (baan)

começar (v) (aanvangen)

começar (v) (starten)

iniciar (v) (algemeen)

iniciar (v) (bespreking)

iniciar (v) (baan)

iniciar (v) (aanvangen)

iniciar (v) (starten)

iniciar (v) (begin)

pôr-se a (v) (algemeen)

pôr-se a (v) (bespreking)

pôr-se a (v) (baan)

pôr-se a (v) (aanvangen)

pôr-se a (v) (starten)

dar início (v) (algemeen)

dar início (v) (bespreking)

dar início (v) (baan)

dar início (v) (aanvangen)

dar início (v) (starten)

abrir (v) (algemeen)

abrir (v) (bespreking)

abrir (v) (baan)

abrir (v) (aanvangen)

abrir (v) (starten)

originar-se (v) (algemeen)

originar-se (v) (bespreking)

originar-se (v) (baan)

originar-se (v) (aanvangen)

originar-se (v) (starten)

ter início (v) (algemeen)

ter início (v) (bespreking)

ter início (v) (baan)

ter início (v) (aanvangen)

ter início (v) (starten)

implementar (v) (begin)

instituir (v) (algemeen)

     

Verbformen von beginnen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord beginnend und begonnen
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens begin begint begint beginnen beginnen beginnen
Imperfect begon begon begon begonnen begonnen begonnen
Toekomende tijd I zal beginnen zult beginnen zal beginnen zullen beginnen zullen beginnen zullen beginnen
Conditionalis I zou beginnen zou beginnen zou beginnen zouden beginnen zouden beginnen zouden beginnen
Perfectum heb begonnen hebt begonnen heeft begonnen hebben begonnen hebben begonnen hebben begonnen
Voltooid verleden tijd had begonnen had begonnen had begonnen hadden begonnen hadden begonnen hadden begonnen
Toekomende tijd II zal begonnen hebben zult begonnen hebben zal begonnen hebben zullen begonnen hebben zullen begonnen hebben zullen begonnen hebben
Conditionalis II zou hebben begonnen zou hebben begonnen zou hebben begonnen zouden hebben begonnen zouden hebben begonnen zouden hebben begonnen
Imperatief - begin - - begint -
beginnen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - beginnen übersetzen