Übersetzungen für beïnvloeden
beïnvloeden
hat 5 Bedeutungen, 4 Synonymgruppen & 9 SynonymeNiederländisch Niederländisch
beïnvloeden (effect, mening, persoon, een invloed hebben op, bepalen)
Französisch
beïnvloeden Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
affecter
(v)
(effect)
affecter
(v)
(mening)
affecter
(v)
(persoon)
affecter
(v)
(een invloed hebben op)
affecter
(v)
(bepalen)
entraîner
(v)
(effect)
entraîner
(v)
(mening)
entraîner
(v)
(persoon)
entraîner
(v)
(een invloed hebben op)
entraîner
(v)
(bepalen)
empiéter sur (v) (effect)
empiéter sur (v) (mening)
empiéter sur (v) (persoon)
empiéter sur (v) (een invloed hebben op)
empiéter sur (v) (bepalen)
influencer
(v)
(effect)
influencer
(v)
(mening)
influencer
(v)
(persoon)
influencer
(v)
(een invloed hebben op)
influencer
(v)
(bepalen)
déterminer
(v)
(effect)
déterminer
(v)
(mening)
déterminer
(v)
(persoon)
déterminer
(v)
(een invloed hebben op)
déterminer
(v)
(bepalen)
Italienisch
beïnvloeden Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
condizionare
(v)
(effect)
condizionare
(v)
(mening)
condizionare
(v)
(persoon)
condizionare
(v)
(een invloed hebben op)
condizionare
(v)
(bepalen)
determinare
(v)
(bepalen)
determinare
(v)
(effect)
determinare
(v)
(mening)
determinare
(v)
(persoon)
determinare
(v)
(een invloed hebben op)
influenzare
(v)
(effect)
influenzare
(v)
(mening)
influenzare
(v)
(persoon)
influenzare
(v)
(een invloed hebben op)
influenzare
(v)
(bepalen)
influire su (v) (effect)
influire su (v) (mening)
influire su (v) (persoon)
influire su (v) (een invloed hebben op)
influire su (v) (bepalen)
Englisch
beïnvloeden Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
impinge on (v) (effect)
impinge upon (v) (effect)
sway
(v)
(mening)
influence
(v)
(mening)
influence
(v)
(persoon)
affect
(v)
(een invloed hebben op)
influence
(v)
(een invloed hebben op)
determine
(v)
(bepalen)
affect
(v)
(bepalen)
Deutsch
beïnvloeden Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
wirken auf (v) (effect)
beeinflussen (v) (effect)
beeinflussen (v) (mening)
mitreißen (v) (mening)
beeinflussen (v) (persoon)
beeinflussen (v) (een invloed hebben op)
bewegen (v) (een invloed hebben op)
bestimmen (v) (bepalen)
beeinflussen (v) (bepalen)
Spanisch
beïnvloeden Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
afectar
(v)
(effect)
afectar
(v)
(mening)
afectar
(v)
(persoon)
afectar
(v)
(een invloed hebben op)
afectar
(v)
(bepalen)
afectar a (v) (effect)
afectar a (v) (mening)
afectar a (v) (persoon)
afectar a (v) (een invloed hebben op)
afectar a (v) (bepalen)
determinar
(v)
(effect)
determinar
(v)
(mening)
determinar
(v)
(persoon)
determinar
(v)
(een invloed hebben op)
determinar
(v)
(bepalen)
influenciar (v) (effect)
influenciar (v) (mening)
influenciar (v) (persoon)
influenciar (v) (een invloed hebben op)
influenciar (v) (bepalen)
influir (v) (effect)
influir (v) (mening)
influir (v) (persoon)
influir (v) (een invloed hebben op)
influir (v) (bepalen)
influir en (v) (effect)
influir en (v) (mening)
influir en (v) (persoon)
influir en (v) (een invloed hebben op)
influir en (v) (bepalen)
persuadir
(v)
(effect)
persuadir
(v)
(mening)
persuadir
(v)
(persoon)
persuadir
(v)
(een invloed hebben op)
persuadir
(v)
(bepalen)
Schwedisch
beïnvloeden Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
avgöra (v) (effect)
avgöra (v) (mening)
avgöra (v) (persoon)
avgöra (v) (een invloed hebben op)
avgöra (v) (bepalen)
beröra (v) (effect)
beröra (v) (mening)
beröra (v) (persoon)
beröra (v) (een invloed hebben op)
beröra (v) (bepalen)
påverka (v) (effect)
påverka (v) (mening)
påverka (v) (persoon)
påverka (v) (een invloed hebben op)
påverka (v) (bepalen)
inverka på (v) (effect)
inverka på (v) (mening)
inverka på (v) (persoon)
inverka på (v) (een invloed hebben op)
inverka på (v) (bepalen)
bestämma (v) (effect)
bestämma (v) (mening)
bestämma (v) (persoon)
bestämma (v) (een invloed hebben op)
bestämma (v) (bepalen)
Portugiesisch
beïnvloeden Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
afetar (v) (effect)
afetar (v) (mening)
afetar (v) (persoon)
afetar (v) (een invloed hebben op)
afetar (v) (bepalen)
persuadir (v) (effect)
persuadir (v) (mening)
persuadir (v) (persoon)
persuadir (v) (een invloed hebben op)
persuadir (v) (bepalen)
influenciar (v) (effect)
influenciar (v) (mening)
influenciar (v) (persoon)
influenciar (v) (een invloed hebben op)
influenciar (v) (bepalen)
determinar (v) (bepalen)
determinar (v) (effect)
determinar (v) (mening)
determinar (v) (persoon)
determinar (v) (een invloed hebben op)
Verbformen von beïnvloeden
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | beïnvloedend | und | beïnvloed |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | beïnvloed | beïnvloedt | beïnvloedt | beïnvloeden | beïnvloeden | beïnvloeden |
| Imperfect | beïnvloedde | beïnvloedde | beïnvloedde | beïnvloedden | beïnvloedden | beïnvloedden |
| Toekomende tijd I | zal beïnvloeden | zult beïnvloeden | zal beïnvloeden | zullen beïnvloeden | zullen beïnvloeden | zullen beïnvloeden |
| Conditionalis I | zou beïnvloeden | zou beïnvloeden | zou beïnvloeden | zouden beïnvloeden | zouden beïnvloeden | zouden beïnvloeden |
| Perfectum | heb beïnvloed | hebt beïnvloed | heeft beïnvloed | hebben beïnvloed | hebben beïnvloed | hebben beïnvloed |
| Voltooid verleden tijd | had beïnvloed | had beïnvloed | had beïnvloed | hadden beïnvloed | hadden beïnvloed | hadden beïnvloed |
| Toekomende tijd II | zal beïnvloed hebben | zult beïnvloed hebben | zal beïnvloed hebben | zullen beïnvloed hebben | zullen beïnvloed hebben | zullen beïnvloed hebben |
| Conditionalis II | zou hebben beïnvloed | zou hebben beïnvloed | zou hebben beïnvloed | zouden hebben beïnvloed | zouden hebben beïnvloed | zouden hebben beïnvloed |
| Imperatief | - | beïnvloed | - | - | beïnvloedt | - |
