Übersetzungen für aspireren
aspireren
hat 2 BedeutungenNiederländisch Niederländisch
aspireren (doelstelling, linguïstiek)
Französisch
aspireren Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
aspirer
(v)
(doelstelling)
aspirer
(v)
(linguïstiek)
ambitionner
(v)
(doelstelling)
viser
(v)
(doelstelling)
Italienisch
aspireren Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
Englisch
aspireren Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
aspireren Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
streben (v) (doelstelling)
erstreben (v) (doelstelling)
trachten (v) (doelstelling)
abzielen auf (v) (doelstelling)
aspirieren (v) (linguïstiek)
Spanisch
aspireren Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
ambicionar
(v)
(doelstelling)
anhelar
(v)
(doelstelling)
aspirar
(v)
(doelstelling)
aspirar
(v)
(linguïstiek)
aspirar a (v) (doelstelling)
esforzarse (v) (doelstelling)
Schwedisch
aspireren Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
aspirera (v) (doelstelling)
aspirera (v) (linguïstiek)
sträva (v) (doelstelling)
sikta (v) (doelstelling)
sträva efter (v) (doelstelling)
Portugiesisch
aspireren Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
esforçar-se (v) (doelstelling)
aspirar (v) (doelstelling)
aspirar (v) (linguïstiek)
ambicionar (v) (doelstelling)
objetivar (v) (doelstelling)
esforçar-se por (v) (doelstelling)
lutar (v) (doelstelling)
visar (v) (doelstelling)
Verbformen von aspireren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aspirerend | und | geaspireerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | aspireer | aspireert | aspireert | aspireren | aspireren | aspireren |
| Imperfect | aspireerde | aspireerde | aspireerde | aspireerden | aspireerden | aspireerden |
| Toekomende tijd I | zal aspireren | zult aspireren | zal aspireren | zullen aspireren | zullen aspireren | zullen aspireren |
| Conditionalis I | zou aspireren | zou aspireren | zou aspireren | zouden aspireren | zouden aspireren | zouden aspireren |
| Perfectum | heb geaspireerd | hebt geaspireerd | heeft geaspireerd | hebben geaspireerd | hebben geaspireerd | hebben geaspireerd |
| Voltooid verleden tijd | had geaspireerd | had geaspireerd | had geaspireerd | hadden geaspireerd | hadden geaspireerd | hadden geaspireerd |
| Toekomende tijd II | zal geaspireerd hebben | zult geaspireerd hebben | zal geaspireerd hebben | zullen geaspireerd hebben | zullen geaspireerd hebben | zullen geaspireerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben geaspireerd | zou hebben geaspireerd | zou hebben geaspireerd | zouden hebben geaspireerd | zouden hebben geaspireerd | zouden hebben geaspireerd |
| Imperatief | - | aspireer | - | - | aspireert | - |
