Übersetzungen für aplaneren

Niederländisch Niederländisch

aplaneren

Französisch Französisch Neues Wort vorschlagen

Italienisch Italienisch Neues Wort vorschlagen

Englisch Englisch Neues Wort vorschlagen

Deutsch Deutsch Neues Wort vorschlagen

Spanisch Spanisch Neues Wort vorschlagen

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

     

Verbformen von aplaneren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord aplanerend und geaplaneerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens aplaneer aplaneert aplaneert aplaneren aplaneren aplaneren
Imperfect aplaneerde aplaneerde aplaneerde aplaneerden aplaneerden aplaneerden
Toekomende tijd I zal aplaneren zult aplaneren zal aplaneren zullen aplaneren zullen aplaneren zullen aplaneren
Conditionalis I zou aplaneren zou aplaneren zou aplaneren zouden aplaneren zouden aplaneren zouden aplaneren
Perfectum heb geaplaneerd hebt geaplaneerd heeft geaplaneerd hebben geaplaneerd hebben geaplaneerd hebben geaplaneerd
Voltooid verleden tijd had geaplaneerd had geaplaneerd had geaplaneerd hadden geaplaneerd hadden geaplaneerd hadden geaplaneerd
Toekomende tijd II zal geaplaneerd hebben zult geaplaneerd hebben zal geaplaneerd hebben zullen geaplaneerd hebben zullen geaplaneerd hebben zullen geaplaneerd hebben
Conditionalis II zou hebben geaplaneerd zou hebben geaplaneerd zou hebben geaplaneerd zouden hebben geaplaneerd zouden hebben geaplaneerd zouden hebben geaplaneerd
Imperatief - aplaneer - - aplaneert -
aplaneren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - aplaneren übersetzen