Übersetzungen für antwoorden
antwoorden
hat 4 Bedeutungen, 2 Synonymgruppen & 9 SynonymeNiederländisch Niederländisch
antwoorden (algemeen, brief, vraag, onderwijs)
Französisch
antwoorden Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
répondre
(v)
(algemeen)
répondre
(v)
(brief)
répondre
(v)
(vraag)
répondre
(v)
(onderwijs)
contredire
(v)
(onderwijs)
Italienisch
antwoorden Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
replicare
(v)
(vraag)
rispondere
(v)
(algemeen)
rispondere
(v)
(brief)
rispondere
(v)
(vraag)
rispondere male (v) (onderwijs)
Englisch
antwoorden Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
answer
(v)
(algemeen)
write back
(v)
(brief)
reply
(v)
(brief)
reply
(v)
(vraag)
respond
(v)
(vraag)
answer back
(v)
(onderwijs)
contradict
(v)
(onderwijs)
Deutsch
antwoorden Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
antworten (v) (algemeen)
zurückschreiben (v) (brief)
antworten (v) (brief)
erwidern (v) (vraag)
antworten (v) (vraag)
widersprechen (v) (onderwijs)
Widerworte haben (v) (onderwijs)
Spanisch
antwoorden Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
antwoorden Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
svara (v) (algemeen)
svara (v) (brief)
svara (v) (vraag)
svara emot (v) (onderwijs)
käfta emot (v) (onderwijs)
Portugiesisch
antwoorden Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
responder (v) (algemeen)
responder (v) (brief)
responder (v) (vraag)
contrariar (v) (onderwijs)
responder mal (v) (onderwijs)
Verbformen von antwoorden
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | antwoordend | und | geantwoord |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | antwoord | antwoordt | antwoordt | antwoorden | antwoorden | antwoorden |
| Imperfect | antwoordde | antwoordde | antwoordde | antwoordden | antwoordden | antwoordden |
| Toekomende tijd I | zal antwoorden | zult antwoorden | zal antwoorden | zullen antwoorden | zullen antwoorden | zullen antwoorden |
| Conditionalis I | zou antwoorden | zou antwoorden | zou antwoorden | zouden antwoorden | zouden antwoorden | zouden antwoorden |
| Perfectum | heb geantwoord | hebt geantwoord | heeft geantwoord | hebben geantwoord | hebben geantwoord | hebben geantwoord |
| Voltooid verleden tijd | had geantwoord | had geantwoord | had geantwoord | hadden geantwoord | hadden geantwoord | hadden geantwoord |
| Toekomende tijd II | zal geantwoord hebben | zult geantwoord hebben | zal geantwoord hebben | zullen geantwoord hebben | zullen geantwoord hebben | zullen geantwoord hebben |
| Conditionalis II | zou hebben geantwoord | zou hebben geantwoord | zou hebben geantwoord | zouden hebben geantwoord | zouden hebben geantwoord | zouden hebben geantwoord |
| Imperatief | - | antwoord | - | - | antwoordt | - |
