Übersetzungen für anticiperen

Suchbegriff:

anticiperen

  hat Eine Bedeutung, eine Synonymgruppe & 5 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

anticiperen (handelen voor)

Französisch anticiperen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

anticiper (v) (handelen voor)

Italienisch anticiperen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

anticipare (v) (handelen voor)

Englisch anticiperen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

anticipate (v) (handelen voor)

Deutsch anticiperen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

antizipieren (v) (handelen voor)

Spanisch anticiperen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

anticipar (v) (handelen voor)

Schwedisch anticiperen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

antecipera (v) (handelen voor)

föregripa (v) (handelen voor)

Portugiesisch anticiperen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

antecipar (v) (handelen voor)

prever (v) (handelen voor)

     

Verbformen von anticiperen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord anticiperend und geanticipeerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens anticipeer anticipeert anticipeert anticiperen anticiperen anticiperen
Imperfect anticipeerde anticipeerde anticipeerde anticipeerden anticipeerden anticipeerden
Toekomende tijd I zal anticiperen zult anticiperen zal anticiperen zullen anticiperen zullen anticiperen zullen anticiperen
Conditionalis I zou anticiperen zou anticiperen zou anticiperen zouden anticiperen zouden anticiperen zouden anticiperen
Perfectum heb geanticipeerd hebt geanticipeerd heeft geanticipeerd hebben geanticipeerd hebben geanticipeerd hebben geanticipeerd
Voltooid verleden tijd had geanticipeerd had geanticipeerd had geanticipeerd hadden geanticipeerd hadden geanticipeerd hadden geanticipeerd
Toekomende tijd II zal geanticipeerd hebben zult geanticipeerd hebben zal geanticipeerd hebben zullen geanticipeerd hebben zullen geanticipeerd hebben zullen geanticipeerd hebben
Conditionalis II zou hebben geanticipeerd zou hebben geanticipeerd zou hebben geanticipeerd zouden hebben geanticipeerd zouden hebben geanticipeerd zouden hebben geanticipeerd
Imperatief - anticipeer - - anticipeert -
anticiperen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - anticiperen übersetzen