Übersetzungen für agenderen

Niederländisch Niederländisch

agenderen

Französisch Französisch Neues Wort vorschlagen

Italienisch Italienisch Neues Wort vorschlagen

Englisch Englisch Neues Wort vorschlagen

Deutsch Deutsch Neues Wort vorschlagen

Spanisch Spanisch Neues Wort vorschlagen

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

     

Verbformen von agenderen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord agenderend und geagendeerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens agendeer agendeert agendeert agenderen agenderen agenderen
Imperfect agendeerde agendeerde agendeerde agendeerden agendeerden agendeerden
Toekomende tijd I zal agenderen zult agenderen zal agenderen zullen agenderen zullen agenderen zullen agenderen
Conditionalis I zou agenderen zou agenderen zou agenderen zouden agenderen zouden agenderen zouden agenderen
Perfectum heb geagendeerd hebt geagendeerd heeft geagendeerd hebben geagendeerd hebben geagendeerd hebben geagendeerd
Voltooid verleden tijd had geagendeerd had geagendeerd had geagendeerd hadden geagendeerd hadden geagendeerd hadden geagendeerd
Toekomende tijd II zal geagendeerd hebben zult geagendeerd hebben zal geagendeerd hebben zullen geagendeerd hebben zullen geagendeerd hebben zullen geagendeerd hebben
Conditionalis II zou hebben geagendeerd zou hebben geagendeerd zou hebben geagendeerd zouden hebben geagendeerd zouden hebben geagendeerd zouden hebben geagendeerd
Imperatief - agendeer - - agendeert -
agenderen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - agenderen übersetzen