Übersetzungen für afzetten

Suchbegriff:

afzetten

  hat 11 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 19 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

afzetten (geld, baan, onttronen, algemeen, bezorgen, employé, elektrisch apparaat, licht, geneeskunde, oneerlijkheid, bedrog)

Französisch afzetten Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

soutirer à (v) (geld)

escroquer à (v) (geld)

renvoyer (v) (baan)

renvoyer (v) (onttronen)

déposer (v) (algemeen)

déposer (v) (bezorgen)

déposer (v) (onttronen)

déposer (v) (baan)

éliminer (v) (employé)

fermer (v) (elektrisch apparaat)

congédier (v) (baan)

congédier (v) (onttronen)

détrôner (v) (bezorgen)

détrôner (v) (onttronen)

détrôner (v) (baan)

destituer (v) (bezorgen)

destituer (v) (onttronen)

destituer (v) (baan)

éteindre (v) (elektrisch apparaat)

éteindre (v) (licht)

amputer (v) (geneeskunde)

tromperie (n) [f.] (oneerlijkheid)

malhonnêteté (n) [f.] (oneerlijkheid)

licencier (v) (baan)

licencier (v) (onttronen)

débaucher (v) (baan)

débaucher (v) (onttronen)

tricherie (n) [f.] (oneerlijkheid)

escroquerie (n) [f.] (oneerlijkheid)

manœuvres frauduleuses (n) [f.] (oneerlijkheid)

vol manifeste (n) [m.] (oneerlijkheid)

soutirer quelque chose de quelqu'un par la ruse (v) (bedrog)

Italienisch afzetten Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

allontanare (v) (employé)

amputare (v) (geneeskunde)

canagliata (n) [f.] (oneerlijkheid)

deporre (v) (algemeen)

deporre (v) (onttronen)

deporre (v) (bezorgen)

deporre (v) (baan)

destituire (v) (baan)

destituire (v) (onttronen)

destituire (v) (bezorgen)

detronizzare (v) (onttronen)

detronizzare (v) (bezorgen)

detronizzare (v) (baan)

dimettere (v) (baan)

dimettere (v) (onttronen)

disonestà (n) [f.] (oneerlijkheid)

eliminare (v) (employé)

estorcere con l'inganno (v) (geld)

furfanteria (n) [f.] (oneerlijkheid)

furto (n) [m.] (oneerlijkheid)

imbroglio (n) [m.] (oneerlijkheid)

ladrocinio (n) [m.] (oneerlijkheid)

lasciare (v) (bezorgen)

lasciare (v) (onttronen)

levare di mezzo (v) (employé)

licenziare (v) (baan)

licenziare (v) (onttronen)

mascalzonata (n) [f.] (oneerlijkheid)

mettere in cassa integrazione (v) (baan)

mettere in cassa integrazione (v) (onttronen)

porre giù (v) (algemeen)

soffiare (v) (geld)

spegnere (v) (elektrisch apparaat)

spegnere (v) (licht)

spogliare di (v) (bedrog)

truffa (n) [f.] (oneerlijkheid)

Englisch afzetten Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

fleecing (n) (oneerlijkheid)

swindling (n) (oneerlijkheid)

deposit (v) (algemeen)

drop (v) (bezorgen)

comb out (v) (employé)

remove (v) (employé)

turn off (v) (elektrisch apparaat)

switch off (v) (elektrisch apparaat)

nick (informal) (v) (oneerlijkheid)

rip off (informal) (v) (oneerlijkheid)

fleece (informal) (v) (oneerlijkheid)

switch off (v) (licht)

turn off (v) (licht)

trick out of (v) (bedrog)

con out of (v) (bedrog)

displace (v) (baan)

diddle out of (v) (geld)

bilk out of (v) (geld)

swindle out of (v) (geld)

amputate (v) (geneeskunde)

dethrone (v) (onttronen)

depose (v) (onttronen)

oust (v) (onttronen)

unseat (v) (onttronen)

Deutsch afzetten Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Gaunerei (n) [f.] (oneerlijkheid)

Schwindel (n) [m.] (oneerlijkheid)

ablegen (v) (algemeen)

absetzen (v) (bezorgen)

eliminieren (v) (employé)

ausschalten (v) (elektrisch apparaat)

abstellen (v) (elektrisch apparaat)

übers Ohr hauen (v) (oneerlijkheid)

ausmachen (v) (licht)

jemandem etwas ablisten (v) (bedrog)

entlassen (v) (baan)

abluchsen (v) (geld)

abschwindeln (v) (geld)

betrügen (v) (geld)

amputieren (v) (geneeskunde)

entthronen (v) (onttronen)

absetzen (v) (onttronen)

entlassen (v) (onttronen)

Spanisch afzetten Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

amputar (v) (geneeskunde)

apagar (v) (elektrisch apparaat)

apagar (v) (licht)

artimañas (n) [f.] (oneerlijkheid)

defraudar (v) (geld)

dejar (v) (bezorgen)

dejar (v) (onttronen)

deponer (v) (bezorgen)

deponer (v) (onttronen)

deponer (v) (baan)

depositar (v) (algemeen)

despedir (v) (baan)

despedir (v) (onttronen)

destituir (v) (bezorgen)

destituir (v) (onttronen)

destituir (v) (baan)

destronar (v) (bezorgen)

destronar (v) (onttronen)

destronar (v) (baan)

eliminar (v) (employé)

estafa (n) [f.] (oneerlijkheid)

estafar (v) (geld)

estafar (v) (bedrog)

granujada (n) [f.] (oneerlijkheid)

licenciar (v) (baan)

licenciar (v) (onttronen)

picardía (n) [f.] (oneerlijkheid)

robo (n) [m.] (oneerlijkheid)

timar (v) (geld)

timar (v) (bedrog)

timo (n) [m.] (oneerlijkheid)

trampas (n) [f.] (oneerlijkheid)

Schwedisch afzetten Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

snyta från (v) (geld)

bedraga på (v) (geld)

lura på (v) (geld)

stänga av (v) (elektrisch apparaat)

lägga ned (v) (algemeen)

sätta ned (v) (algemeen)

lämna av (v) (bezorgen)

lämna av (v) (onttronen)

släppa av (v) (bezorgen)

släppa av (v) (onttronen)

avskeda (v) (baan)

avskeda (v) (onttronen)

avsätta (v) (bezorgen)

avsätta (v) (employé)

avsätta (v) (baan)

avsätta (v) (onttronen)

detronisera (v) (bezorgen)

detronisera (v) (baan)

detronisera (v) (onttronen)

störta från tronen (v) (bezorgen)

störta från tronen (v) (baan)

störta från tronen (v) (onttronen)

slå av (v) (elektrisch apparaat)

amputera (v) (geneeskunde)

släcka (v) (licht)

bedrägeri (n) [n.] (oneerlijkheid)

företa en utrensning (v) (employé)

friställa (v) (baan)

friställa (v) (onttronen)

skurkstreck (n) [n.] (oneerlijkheid)

lura av (v) (bedrog)

Portugiesisch afzetten Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

deixar (v) (bezorgen)

deixar (v) (onttronen)

roubar (v) (geld)

furtar (v) (geld)

afanar (v) (geld)

remover (v) (employé)

desligar (v) (employé)

desligar (v) (elektrisch apparaat)

desligar (v) (licht)

depositar (v) (algemeen)

despedir (v) (baan)

despedir (v) (onttronen)

mandar embora (v) (baan)

mandar embora (v) (onttronen)

demitir (v) (baan)

demitir (v) (onttronen)

destronar (v) (onttronen)

destronar (v) (bezorgen)

destronar (v) (baan)

depor (v) (onttronen)

depor (v) (bezorgen)

depor (v) (baan)

derrubar (v) (onttronen)

derrubar (v) (bezorgen)

derrubar (v) (baan)

destituir (v) (baan)

destituir (v) (onttronen)

destituir (v) (bezorgen)

varrer (v) (employé)

amputar (v) (geneeskunde)

velhacaria (n) [f.] (oneerlijkheid)

apagar (v) (licht)

roubo (n) [m.] (oneerlijkheid)

fraude (n) [f.] (oneerlijkheid)

malandragem (n) [f.] (oneerlijkheid)

logro (n) [m.] (oneerlijkheid)

sacanagem (n) [f.] (oneerlijkheid)

abuso (n) [m.] (oneerlijkheid)

patifaria (n) [f.] (oneerlijkheid)

tomar ilicitamente (v) (bedrog)

     

Verbformen von afzetten

- af
Tegenwoordig en verleden deelwoord afzettend und afgezet
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens zet af zet af zet af zetten af zetten af zetten af
Imperfect zette af zette af zette af zetten af zetten af zetten af
Toekomende tijd I zal afzetten zult afzetten zal afzetten zullen afzetten zullen afzetten zullen afzetten
Conditionalis I zou afzetten zou afzetten zou afzetten zouden afzetten zouden afzetten zouden afzetten
Perfectum heb afgezet hebt afgezet heeft afgezet hebben afgezet hebben afgezet hebben afgezet
Voltooid verleden tijd had afgezet had afgezet had afgezet hadden afgezet hadden afgezet hadden afgezet
Toekomende tijd II zal afgezet hebben zult afgezet hebben zal afgezet hebben zullen afgezet hebben zullen afgezet hebben zullen afgezet hebben
Conditionalis II zou hebben afgezet zou hebben afgezet zou hebben afgezet zouden hebben afgezet zouden hebben afgezet zouden hebben afgezet
Imperatief - zet af - - zet af -
afzetten - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - afzetten übersetzen