Übersetzungen für afvaardigen
afvaardigen
hat Eine Bedeutung, eine Synonymgruppe & 2 SynonymeNiederländisch Niederländisch
afvaardigen (vertegenwoordiger)
Französisch
afvaardigen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
Italienisch
afvaardigen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
Englisch
afvaardigen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
afvaardigen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
delegieren (v) (vertegenwoordiger)
abordnen (v) (vertegenwoordiger)
deputieren (v) (vertegenwoordiger)
Spanisch
afvaardigen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
afvaardigen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
afvaardigen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
Verbformen von afvaardigen
| - | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afvaardigend | und | afgevaardigd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | vaardig af | vaardigt af | vaardigt af | vaardigen af | vaardigen af | vaardigen af |
| Imperfect | vaardigde af | vaardigde af | vaardigde af | vaardigden af | vaardigden af | vaardigden af |
| Toekomende tijd I | zal afvaardigen | zult afvaardigen | zal afvaardigen | zullen afvaardigen | zullen afvaardigen | zullen afvaardigen |
| Conditionalis I | zou afvaardigen | zou afvaardigen | zou afvaardigen | zouden afvaardigen | zouden afvaardigen | zouden afvaardigen |
| Perfectum | heb afgevaardigd | hebt afgevaardigd | heeft afgevaardigd | hebben afgevaardigd | hebben afgevaardigd | hebben afgevaardigd |
| Voltooid verleden tijd | had afgevaardigd | had afgevaardigd | had afgevaardigd | hadden afgevaardigd | hadden afgevaardigd | hadden afgevaardigd |
| Toekomende tijd II | zal afgevaardigd hebben | zult afgevaardigd hebben | zal afgevaardigd hebben | zullen afgevaardigd hebben | zullen afgevaardigd hebben | zullen afgevaardigd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben afgevaardigd | zou hebben afgevaardigd | zou hebben afgevaardigd | zouden hebben afgevaardigd | zouden hebben afgevaardigd | zouden hebben afgevaardigd |
| Imperatief | - | vaardig af | - | - | vaardigt af | - |
