Übersetzungen für aftroggelen

Suchbegriff:

aftroggelen

  hat 2 Bedeutungen, eine Synonymgruppe & 5 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

aftroggelen (geld, afbedelen)

Französisch aftroggelen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

soutirer à (v) (geld)

escroquer à (v) (geld)

quémander (v) (afbedelen)

Italienisch aftroggelen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

estorcere con l'inganno (v) (geld)

ottenere a spese d'altri (v) (afbedelen)

soffiare (v) (geld)

Englisch aftroggelen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

diddle out of (v) (geld)

bilk out of (v) (geld)

swindle out of (v) (geld)

cadge (v) (afbedelen)

sponge (v) (afbedelen)

Deutsch aftroggelen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

abluchsen (v) (geld)

abschwindeln (v) (geld)

betrügen (v) (geld)

schnorren (v) (afbedelen)

betteln (v) (afbedelen)

Spanisch aftroggelen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

defraudar (v) (geld)

estafar (v) (geld)

gorronear (v) (afbedelen)

sacar de gorra (v) (afbedelen)

timar (v) (geld)

Schwedisch aftroggelen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

snyta från (v) (geld)

bedraga på (v) (geld)

lura på (v) (geld)

tigga (v) (afbedelen)

snylta (v) (afbedelen)

Portugiesisch aftroggelen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

roubar (v) (geld)

furtar (v) (geld)

afanar (v) (geld)

filar (v) (afbedelen)

tirar vantagem (v) (afbedelen)

     

Verbformen von aftroggelen

- af
Tegenwoordig en verleden deelwoord aftroggelend und afgetroggeld
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens troggel af troggelt af troggelt af troggelen af troggelen af troggelen af
Imperfect troggelde af troggelde af troggelde af troggelden af troggelden af troggelden af
Toekomende tijd I zal aftroggelen zult aftroggelen zal aftroggelen zullen aftroggelen zullen aftroggelen zullen aftroggelen
Conditionalis I zou aftroggelen zou aftroggelen zou aftroggelen zouden aftroggelen zouden aftroggelen zouden aftroggelen
Perfectum heb afgetroggeld hebt afgetroggeld heeft afgetroggeld hebben afgetroggeld hebben afgetroggeld hebben afgetroggeld
Voltooid verleden tijd had afgetroggeld had afgetroggeld had afgetroggeld hadden afgetroggeld hadden afgetroggeld hadden afgetroggeld
Toekomende tijd II zal afgetroggeld hebben zult afgetroggeld hebben zal afgetroggeld hebben zullen afgetroggeld hebben zullen afgetroggeld hebben zullen afgetroggeld hebben
Conditionalis II zou hebben afgetroggeld zou hebben afgetroggeld zou hebben afgetroggeld zouden hebben afgetroggeld zouden hebben afgetroggeld zouden hebben afgetroggeld
Imperatief - troggel af - - troggelt af -
aftroggelen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - aftroggelen übersetzen