Übersetzungen für afnemen
afnemen
hat 16 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 13 SynonymeNiederländisch Niederländisch
afnemen (hoed, interesseren, spelen - kaarten, geluid, hoeveelheid, voorwerpen, kleding, verminderen, teruglopen, slinken, grootte, wind, wiskunde, hoop, aantal, minder intens worden)
Französisch
afnemen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
réduire
(v)
(hoed)
réduire
(v)
(interesseren)
réduire
(v)
(spelen - kaarten)
réduire
(v)
(geluid)
réduire
(v)
(hoeveelheid)
réduire
(v)
(voorwerpen)
réduire
(v)
(kleding)
réduire
(v)
(verminderen)
réduire
(v)
(teruglopen)
réduire
(v)
(slinken)
réduire
(v)
(grootte)
diminuer
(v)
(teruglopen)
diminuer
(v)
(hoed)
diminuer
(v)
(interesseren)
diminuer
(v)
(spelen - kaarten)
diminuer
(v)
(geluid)
diminuer
(v)
(hoeveelheid)
diminuer
(v)
(voorwerpen)
diminuer
(v)
(kleding)
diminuer
(v)
(verminderen)
diminuer
(v)
(slinken)
diminuer
(v)
(wind)
diminuer
(v)
(grootte)
couper
(v)
(hoed)
couper
(v)
(interesseren)
couper
(v)
(spelen - kaarten)
couper
(v)
(geluid)
couper
(v)
(hoeveelheid)
couper
(v)
(voorwerpen)
couper
(v)
(kleding)
couper
(v)
(verminderen)
couper
(v)
(teruglopen)
couper
(v)
(slinken)
déduire
(a)
(wiskunde)
décroître
(v)
(teruglopen)
décroître
(v)
(hoed)
décroître
(v)
(interesseren)
décroître
(v)
(spelen - kaarten)
décroître
(v)
(geluid)
décroître
(v)
(hoeveelheid)
décroître
(v)
(voorwerpen)
décroître
(v)
(kleding)
décroître
(v)
(verminderen)
décroître
(v)
(slinken)
décroître
(v)
(wind)
décroître
(v)
(hoop)
enlever
(v)
(hoed)
enlever
(v)
(kleding)
enlever
(v)
(interesseren)
enlever
(v)
(spelen - kaarten)
enlever
(v)
(geluid)
enlever
(v)
(hoeveelheid)
enlever
(v)
(voorwerpen)
enlever
(v)
(verminderen)
enlever
(v)
(teruglopen)
enlever
(v)
(slinken)
retirer
(v)
(hoed)
retirer
(v)
(kleding)
retirer
(v)
(interesseren)
retirer
(v)
(spelen - kaarten)
retirer
(v)
(geluid)
retirer
(v)
(hoeveelheid)
retirer
(v)
(voorwerpen)
retirer
(v)
(verminderen)
retirer
(v)
(teruglopen)
retirer
(v)
(slinken)
prendre
(v)
(hoed)
prendre
(v)
(interesseren)
prendre
(v)
(spelen - kaarten)
prendre
(v)
(geluid)
prendre
(v)
(hoeveelheid)
prendre
(v)
(voorwerpen)
prendre
(v)
(kleding)
prendre
(v)
(verminderen)
prendre
(v)
(teruglopen)
prendre
(v)
(slinken)
décrocher
(v)
(hoed)
décrocher
(v)
(interesseren)
décrocher
(v)
(spelen - kaarten)
décrocher
(v)
(geluid)
décrocher
(v)
(hoeveelheid)
décrocher
(v)
(voorwerpen)
décrocher
(v)
(kleding)
décrocher
(v)
(verminderen)
décrocher
(v)
(teruglopen)
décrocher
(v)
(slinken)
se calmer (v) (wind)
se calmer (v) (teruglopen)
s'apaiser
(v)
(hoed)
s'apaiser
(v)
(interesseren)
s'apaiser
(v)
(spelen - kaarten)
s'apaiser
(v)
(geluid)
s'apaiser
(v)
(hoeveelheid)
s'apaiser
(v)
(voorwerpen)
s'apaiser
(v)
(kleding)
s'apaiser
(v)
(verminderen)
s'apaiser
(v)
(teruglopen)
s'apaiser
(v)
(slinken)
s'apaiser
(v)
(grootte)
ôter
(v)
(hoed)
ôter
(v)
(kleding)
ôter
(v)
(interesseren)
ôter
(v)
(spelen - kaarten)
ôter
(v)
(geluid)
ôter
(v)
(hoeveelheid)
ôter
(v)
(voorwerpen)
ôter
(v)
(verminderen)
ôter
(v)
(teruglopen)
ôter
(v)
(slinken)
s'estomper (v) (hoed)
s'estomper (v) (interesseren)
s'estomper (v) (spelen - kaarten)
s'estomper (v) (geluid)
s'estomper (v) (hoeveelheid)
s'estomper (v) (voorwerpen)
s'estomper (v) (kleding)
s'estomper (v) (verminderen)
s'estomper (v) (teruglopen)
s'estomper (v) (slinken)
aller en diminuant (v) (hoed)
aller en diminuant (v) (interesseren)
aller en diminuant (v) (spelen - kaarten)
aller en diminuant (v) (geluid)
aller en diminuant (v) (hoeveelheid)
aller en diminuant (v) (voorwerpen)
aller en diminuant (v) (kleding)
aller en diminuant (v) (verminderen)
aller en diminuant (v) (teruglopen)
aller en diminuant (v) (slinken)
ralentir
(v)
(hoed)
ralentir
(v)
(interesseren)
ralentir
(v)
(spelen - kaarten)
ralentir
(v)
(geluid)
ralentir
(v)
(hoeveelheid)
ralentir
(v)
(voorwerpen)
ralentir
(v)
(kleding)
ralentir
(v)
(verminderen)
ralentir
(v)
(teruglopen)
ralentir
(v)
(slinken)
déposséder de (v) (hoed)
déposséder de (v) (interesseren)
déposséder de (v) (spelen - kaarten)
déposséder de (v) (geluid)
déposséder de (v) (hoeveelheid)
déposséder de (v) (voorwerpen)
déposséder de (v) (kleding)
déposséder de (v) (verminderen)
déposséder de (v) (teruglopen)
déposséder de (v) (slinken)
dépendre
(v)
(hoed)
dépendre
(v)
(interesseren)
dépendre
(v)
(spelen - kaarten)
dépendre
(v)
(geluid)
dépendre
(v)
(hoeveelheid)
dépendre
(v)
(voorwerpen)
dépendre
(v)
(kleding)
dépendre
(v)
(verminderen)
dépendre
(v)
(teruglopen)
dépendre
(v)
(slinken)
descendre
(v)
(hoed)
descendre
(v)
(interesseren)
descendre
(v)
(spelen - kaarten)
descendre
(v)
(geluid)
descendre
(v)
(hoeveelheid)
descendre
(v)
(voorwerpen)
descendre
(v)
(kleding)
descendre
(v)
(verminderen)
descendre
(v)
(teruglopen)
descendre
(v)
(slinken)
faiblir
(v)
(hoed)
faiblir
(v)
(interesseren)
faiblir
(v)
(spelen - kaarten)
faiblir
(v)
(geluid)
faiblir
(v)
(hoeveelheid)
faiblir
(v)
(voorwerpen)
faiblir
(v)
(kleding)
faiblir
(v)
(verminderen)
faiblir
(v)
(teruglopen)
faiblir
(v)
(slinken)
faiblir
(v)
(grootte)
s'amoindrir (v) (hoed)
s'amoindrir (v) (interesseren)
s'amoindrir (v) (spelen - kaarten)
s'amoindrir (v) (geluid)
s'amoindrir (v) (hoeveelheid)
s'amoindrir (v) (voorwerpen)
s'amoindrir (v) (kleding)
s'amoindrir (v) (verminderen)
s'amoindrir (v) (teruglopen)
s'amoindrir (v) (slinken)
s'amoindrir (v) (grootte)
tomber
(v)
(verminderen)
tomber
(v)
(wind)
tomber
(v)
(aantal)
tomber
(v)
(teruglopen)
baisser
(v)
(verminderen)
soustraire
(a)
(wiskunde)
rabattre
(a)
(wiskunde)
amoindrir
(v)
(grootte)
amoindrir
(v)
(verminderen)
amoindrir
(v)
(slinken)
restreindre
(v)
(verminderen)
diminuer la pression (v) (minder intens worden)
diminuer la tension (v) (minder intens worden)
s'affaiblir
(v)
(hoop)
s'évanouir
(v)
(hoop)
disparaître graduellement (v) (hoop)
Italienisch
afnemen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
abbassare
(v)
(geluid)
abbassare
(v)
(hoed)
abbassare
(v)
(interesseren)
abbassare
(v)
(spelen - kaarten)
abbassare
(v)
(hoeveelheid)
abbassare
(v)
(voorwerpen)
abbassare
(v)
(kleding)
abbassare
(v)
(verminderen)
abbassare
(v)
(teruglopen)
abbassare
(v)
(slinken)
abbassarsi
(v)
(aantal)
abbassarsi
(v)
(verminderen)
calare
(v)
(hoeveelheid)
calare
(v)
(hoed)
calare
(v)
(interesseren)
calare
(v)
(spelen - kaarten)
calare
(v)
(geluid)
calare
(v)
(voorwerpen)
calare
(v)
(kleding)
calare
(v)
(verminderen)
calare
(v)
(teruglopen)
calare
(v)
(slinken)
calare
(v)
(grootte)
calare
(v)
(wind)
calmarsi
(v)
(wind)
calmarsi
(v)
(teruglopen)
decrescere
(v)
(grootte)
decrescere
(v)
(verminderen)
decrescere
(v)
(slinken)
decrescere
(v)
(hoed)
decrescere
(v)
(interesseren)
decrescere
(v)
(spelen - kaarten)
decrescere
(v)
(geluid)
decrescere
(v)
(hoeveelheid)
decrescere
(v)
(voorwerpen)
decrescere
(v)
(kleding)
decrescere
(v)
(teruglopen)
dedurre
(a)
(wiskunde)
detrarre
(a)
(wiskunde)
diminuire
(v)
(grootte)
diminuire
(v)
(verminderen)
diminuire
(v)
(interesseren)
diminuire
(v)
(hoed)
diminuire
(v)
(spelen - kaarten)
diminuire
(v)
(geluid)
diminuire
(v)
(hoeveelheid)
diminuire
(v)
(voorwerpen)
diminuire
(v)
(kleding)
diminuire
(v)
(teruglopen)
diminuire
(v)
(slinken)
diminuire
(v)
(wind)
diminuire l'intensità (v) (minder intens worden)
limitare
(v)
(verminderen)
placarsi (v) (wind)
placarsi (v) (teruglopen)
portare via (v) (hoed)
portare via (v) (interesseren)
portare via (v) (spelen - kaarten)
portare via (v) (geluid)
portare via (v) (hoeveelheid)
portare via (v) (voorwerpen)
portare via (v) (kleding)
portare via (v) (verminderen)
portare via (v) (teruglopen)
portare via (v) (slinken)
prendere
(v)
(hoed)
prendere
(v)
(interesseren)
prendere
(v)
(spelen - kaarten)
prendere
(v)
(geluid)
prendere
(v)
(hoeveelheid)
prendere
(v)
(voorwerpen)
prendere
(v)
(kleding)
prendere
(v)
(verminderen)
prendere
(v)
(teruglopen)
prendere
(v)
(slinken)
privare di (v) (hoed)
privare di (v) (interesseren)
privare di (v) (spelen - kaarten)
privare di (v) (geluid)
privare di (v) (hoeveelheid)
privare di (v) (voorwerpen)
privare di (v) (kleding)
privare di (v) (verminderen)
privare di (v) (teruglopen)
privare di (v) (slinken)
ridurre
(v)
(verminderen)
ridurre
(v)
(grootte)
ridurre
(v)
(slinken)
ridurre
(v)
(hoed)
ridurre
(v)
(interesseren)
ridurre
(v)
(spelen - kaarten)
ridurre
(v)
(geluid)
ridurre
(v)
(hoeveelheid)
ridurre
(v)
(voorwerpen)
ridurre
(v)
(kleding)
ridurre
(v)
(teruglopen)
ridurre la tensione (v) (minder intens worden)
ridursi
(v)
(hoeveelheid)
ridursi
(v)
(hoed)
ridursi
(v)
(interesseren)
ridursi
(v)
(spelen - kaarten)
ridursi
(v)
(geluid)
ridursi
(v)
(voorwerpen)
ridursi
(v)
(kleding)
ridursi
(v)
(verminderen)
ridursi
(v)
(teruglopen)
ridursi
(v)
(slinken)
ridursi
(v)
(grootte)
scemare (v) (interesseren)
scemare (v) (hoed)
scemare (v) (spelen - kaarten)
scemare (v) (geluid)
scemare (v) (hoeveelheid)
scemare (v) (voorwerpen)
scemare (v) (kleding)
scemare (v) (verminderen)
scemare (v) (teruglopen)
scemare (v) (slinken)
scendere
(v)
(aantal)
scomparire
(v)
(hoop)
sminuire
(v)
(grootte)
sminuire
(v)
(verminderen)
sminuire
(v)
(slinken)
sottrarre
(a)
(wiskunde)
spegnersi
(v)
(wind)
spegnersi
(v)
(teruglopen)
staccare
(v)
(hoed)
staccare
(v)
(interesseren)
staccare
(v)
(spelen - kaarten)
staccare
(v)
(geluid)
staccare
(v)
(hoeveelheid)
staccare
(v)
(voorwerpen)
staccare
(v)
(kleding)
staccare
(v)
(verminderen)
staccare
(v)
(teruglopen)
staccare
(v)
(slinken)
svanire
(v)
(hoop)
tagliare
(v)
(hoed)
tagliare
(v)
(interesseren)
tagliare
(v)
(spelen - kaarten)
tagliare
(v)
(geluid)
tagliare
(v)
(hoeveelheid)
tagliare
(v)
(voorwerpen)
tagliare
(v)
(kleding)
tagliare
(v)
(verminderen)
tagliare
(v)
(teruglopen)
tagliare
(v)
(slinken)
tirare giù (v) (hoed)
tirare giù (v) (interesseren)
tirare giù (v) (spelen - kaarten)
tirare giù (v) (geluid)
tirare giù (v) (hoeveelheid)
tirare giù (v) (voorwerpen)
tirare giù (v) (kleding)
tirare giù (v) (verminderen)
tirare giù (v) (teruglopen)
tirare giù (v) (slinken)
togliere
(v)
(hoed)
togliere
(v)
(kleding)
togliere
(v)
(interesseren)
togliere
(v)
(spelen - kaarten)
togliere
(v)
(geluid)
togliere
(v)
(hoeveelheid)
togliere
(v)
(voorwerpen)
togliere
(v)
(verminderen)
togliere
(v)
(teruglopen)
togliere
(v)
(slinken)
togliersi
(v)
(hoed)
togliersi
(v)
(kleding)
togliersi
(v)
(interesseren)
togliersi
(v)
(spelen - kaarten)
togliersi
(v)
(geluid)
togliersi
(v)
(hoeveelheid)
togliersi
(v)
(voorwerpen)
togliersi
(v)
(verminderen)
togliersi
(v)
(teruglopen)
togliersi
(v)
(slinken)
Englisch
afnemen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
deduct
(a)
(wiskunde)
take from
(a)
(wiskunde)
take off
(v)
(hoed)
remove
(v)
(hoed)
fade
(v)
(hoop)
decrease
(v)
(hoop)
taper off (v) (interesseren)
die down
(v)
(wind)
subside
(v)
(wind)
abate
(v)
(wind)
sink
(v)
(aantal)
cut
(v)
(spelen - kaarten)
diminish
(v)
(grootte)
lower
(v)
(geluid)
decrease
(v)
(geluid)
slacken
(v)
(hoeveelheid)
slacken off (v) (hoeveelheid)
take away
(v)
(voorwerpen)
deprive of (v) (voorwerpen)
rob of (v) (voorwerpen)
take down
(v)
(voorwerpen)
take off
(v)
(kleding)
lay down
(v)
(kleding)
abate
(formal) (v)
(verminderen)
diminish
(v)
(verminderen)
wane
(v)
(verminderen)
lessen
(v)
(verminderen)
decrease
(v)
(verminderen)
fall off
(v)
(verminderen)
become less (v) (verminderen)
drop off
(v)
(teruglopen)
drop away
(v)
(teruglopen)
decline
(v)
(teruglopen)
decrease
(v)
(teruglopen)
become less (v) (teruglopen)
dwindle
(v)
(slinken)
diminish
(v)
(slinken)
shrink
(v)
(slinken)
ease off (v) (minder intens worden)
reduce tension (v) (minder intens worden)
reduce pressure (v) (minder intens worden)
reduce strain (v) (minder intens worden)
Deutsch
afnemen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
abziehen (a) (wiskunde)
subtrahieren (a) (wiskunde)
ablegen (v) (hoed)
abnehmen (v) (hoed)
schwinden (v) (hoop)
zerrinnen (v) (hoop)
zurückgehen (v) (interesseren)
abnehmen (v) (interesseren)
sich legen (v) (wind)
schwächer werden (v) (wind)
ersterben (v) (wind)
fallen (v) (aantal)
abnehmen (v) (spelen - kaarten)
verkleinern (v) (grootte)
vermindern (v) (grootte)
herabsetzen (v) (geluid)
abnehmen (v) (geluid)
nachlassen (v) (hoeveelheid)
abnehmen (v) (hoeveelheid)
abnehmen (v) (voorwerpen)
wegnehmen (v) (voorwerpen)
herunternehmen (v) (voorwerpen)
ablegen (v) (kleding)
abnehmen (v) (kleding)
vermindern (v) (verminderen)
abnehmen (v) (verminderen)
reduzieren (v) (verminderen)
sich vermindern (v) (verminderen)
verringern (v) (verminderen)
absacken (v) (verminderen)
abnehmen (v) (teruglopen)
schwächer werden (v) (teruglopen)
abfallen (v) (teruglopen)
vermindern (v) (slinken)
schrumpfen (v) (slinken)
abnehmen (v) (slinken)
die Spannung vermindern (v) (minder intens worden)
lockern (v) (minder intens worden)
Spanisch
afnemen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
amainar
(v)
(wind)
amainar
(v)
(teruglopen)
bajar (v) (teruglopen)
bajar (v) (hoed)
bajar (v) (interesseren)
bajar (v) (spelen - kaarten)
bajar (v) (geluid)
bajar (v) (hoeveelheid)
bajar (v) (voorwerpen)
bajar (v) (kleding)
bajar (v) (verminderen)
bajar (v) (slinken)
bajar (v) (aantal)
bajar (v) (wind)
calmarse (v) (wind)
calmarse (v) (teruglopen)
coger (v) (hoed)
coger (v) (interesseren)
coger (v) (spelen - kaarten)
coger (v) (geluid)
coger (v) (hoeveelheid)
coger (v) (voorwerpen)
coger (v) (kleding)
coger (v) (verminderen)
coger (v) (teruglopen)
coger (v) (slinken)
cortar (v) (hoed)
cortar (v) (interesseren)
cortar (v) (spelen - kaarten)
cortar (v) (geluid)
cortar (v) (hoeveelheid)
cortar (v) (voorwerpen)
cortar (v) (kleding)
cortar (v) (verminderen)
cortar (v) (teruglopen)
cortar (v) (slinken)
decrecer
(v)
(teruglopen)
decrecer
(v)
(hoed)
decrecer
(v)
(interesseren)
decrecer
(v)
(spelen - kaarten)
decrecer
(v)
(geluid)
decrecer
(v)
(hoeveelheid)
decrecer
(v)
(voorwerpen)
decrecer
(v)
(kleding)
decrecer
(v)
(verminderen)
decrecer
(v)
(slinken)
decrecer
(v)
(wind)
deducir
(a)
(wiskunde)
descender
(v)
(aantal)
descolgar (v) (hoed)
descolgar (v) (interesseren)
descolgar (v) (spelen - kaarten)
descolgar (v) (geluid)
descolgar (v) (hoeveelheid)
descolgar (v) (voorwerpen)
descolgar (v) (kleding)
descolgar (v) (verminderen)
descolgar (v) (teruglopen)
descolgar (v) (slinken)
despojar de (v) (hoed)
despojar de (v) (interesseren)
despojar de (v) (spelen - kaarten)
despojar de (v) (geluid)
despojar de (v) (hoeveelheid)
despojar de (v) (voorwerpen)
despojar de (v) (kleding)
despojar de (v) (verminderen)
despojar de (v) (teruglopen)
despojar de (v) (slinken)
desvanecerse
(v)
(hoop)
disminuir (v) (teruglopen)
disminuir (v) (hoed)
disminuir (v) (interesseren)
disminuir (v) (spelen - kaarten)
disminuir (v) (geluid)
disminuir (v) (hoeveelheid)
disminuir (v) (voorwerpen)
disminuir (v) (kleding)
disminuir (v) (verminderen)
disminuir (v) (slinken)
disminuir (v) (wind)
disminuir (v) (grootte)
disminuir la tensión (v) (minder intens worden)
ir a menos (v) (teruglopen)
ir a menos (v) (hoed)
ir a menos (v) (interesseren)
ir a menos (v) (spelen - kaarten)
ir a menos (v) (geluid)
ir a menos (v) (hoeveelheid)
ir a menos (v) (voorwerpen)
ir a menos (v) (kleding)
ir a menos (v) (verminderen)
ir a menos (v) (slinken)
ir a menos (v) (wind)
menguar
(v)
(hoed)
menguar
(v)
(interesseren)
menguar
(v)
(spelen - kaarten)
menguar
(v)
(geluid)
menguar
(v)
(hoeveelheid)
menguar
(v)
(voorwerpen)
menguar
(v)
(kleding)
menguar
(v)
(verminderen)
menguar
(v)
(teruglopen)
menguar
(v)
(slinken)
menguar
(v)
(grootte)
mermar
(v)
(hoed)
mermar
(v)
(interesseren)
mermar
(v)
(spelen - kaarten)
mermar
(v)
(geluid)
mermar
(v)
(hoeveelheid)
mermar
(v)
(voorwerpen)
mermar
(v)
(kleding)
mermar
(v)
(verminderen)
mermar
(v)
(teruglopen)
mermar
(v)
(slinken)
mermar
(v)
(grootte)
quitar (v) (hoed)
quitar (v) (interesseren)
quitar (v) (spelen - kaarten)
quitar (v) (geluid)
quitar (v) (hoeveelheid)
quitar (v) (voorwerpen)
quitar (v) (kleding)
quitar (v) (verminderen)
quitar (v) (teruglopen)
quitar (v) (slinken)
quitarse (v) (hoed)
quitarse (v) (kleding)
quitarse (v) (interesseren)
quitarse (v) (spelen - kaarten)
quitarse (v) (geluid)
quitarse (v) (hoeveelheid)
quitarse (v) (voorwerpen)
quitarse (v) (verminderen)
quitarse (v) (teruglopen)
quitarse (v) (slinken)
reducir (v) (hoed)
reducir (v) (interesseren)
reducir (v) (spelen - kaarten)
reducir (v) (geluid)
reducir (v) (hoeveelheid)
reducir (v) (voorwerpen)
reducir (v) (kleding)
reducir (v) (verminderen)
reducir (v) (teruglopen)
reducir (v) (slinken)
reducir (v) (grootte)
reducir la presión (v) (minder intens worden)
reducirse
(v)
(hoed)
reducirse
(v)
(interesseren)
reducirse
(v)
(spelen - kaarten)
reducirse
(v)
(geluid)
reducirse
(v)
(hoeveelheid)
reducirse
(v)
(voorwerpen)
reducirse
(v)
(kleding)
reducirse
(v)
(verminderen)
reducirse
(v)
(teruglopen)
reducirse
(v)
(slinken)
reducirse
(v)
(grootte)
restar (a) (wiskunde)
sacarse (v) (hoed)
sacarse (v) (kleding)
sacarse (v) (interesseren)
sacarse (v) (spelen - kaarten)
sacarse (v) (geluid)
sacarse (v) (hoeveelheid)
sacarse (v) (voorwerpen)
sacarse (v) (verminderen)
sacarse (v) (teruglopen)
sacarse (v) (slinken)
Schwedisch
afnemen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
minska (v) (hoed)
minska (v) (interesseren)
minska (v) (wind)
minska (v) (aantal)
minska (v) (spelen - kaarten)
minska (v) (geluid)
minska (v) (hoeveelheid)
minska (v) (voorwerpen)
minska (v) (kleding)
minska (v) (verminderen)
minska (v) (teruglopen)
minska (v) (slinken)
dra av (a) (wiskunde)
dra ifrån (a) (wiskunde)
räkna ifrån (a) (wiskunde)
avta (v) (hoed)
avta (v) (interesseren)
avta (v) (wind)
avta (v) (aantal)
avta (v) (spelen - kaarten)
avta (v) (grootte)
avta (v) (geluid)
avta (v) (hoeveelheid)
avta (v) (voorwerpen)
avta (v) (kleding)
avta (v) (verminderen)
avta (v) (teruglopen)
avta (v) (slinken)
försvinna (v) (hoed)
försvinna (v) (hoop)
försvinna (v) (interesseren)
försvinna (v) (wind)
försvinna (v) (spelen - kaarten)
försvinna (v) (geluid)
försvinna (v) (hoeveelheid)
försvinna (v) (voorwerpen)
försvinna (v) (kleding)
försvinna (v) (verminderen)
försvinna (v) (teruglopen)
försvinna (v) (slinken)
bortfalla (v) (hoed)
bortfalla (v) (interesseren)
bortfalla (v) (wind)
bortfalla (v) (spelen - kaarten)
bortfalla (v) (geluid)
bortfalla (v) (hoeveelheid)
bortfalla (v) (voorwerpen)
bortfalla (v) (kleding)
bortfalla (v) (verminderen)
bortfalla (v) (teruglopen)
bortfalla (v) (slinken)
ta av (v) (hoed)
ta av (v) (interesseren)
ta av (v) (spelen - kaarten)
ta av (v) (geluid)
ta av (v) (hoeveelheid)
ta av (v) (voorwerpen)
ta av (v) (kleding)
ta av (v) (verminderen)
ta av (v) (teruglopen)
ta av (v) (slinken)
gradvis minska (v) (hoed)
gradvis minska (v) (interesseren)
gradvis minska (v) (spelen - kaarten)
gradvis minska (v) (geluid)
gradvis minska (v) (hoeveelheid)
gradvis minska (v) (voorwerpen)
gradvis minska (v) (kleding)
gradvis minska (v) (verminderen)
gradvis minska (v) (teruglopen)
gradvis minska (v) (slinken)
kupera (v) (hoed)
kupera (v) (interesseren)
kupera (v) (spelen - kaarten)
kupera (v) (geluid)
kupera (v) (hoeveelheid)
kupera (v) (voorwerpen)
kupera (v) (kleding)
kupera (v) (verminderen)
kupera (v) (teruglopen)
kupera (v) (slinken)
sänka (v) (hoed)
sänka (v) (interesseren)
sänka (v) (spelen - kaarten)
sänka (v) (geluid)
sänka (v) (hoeveelheid)
sänka (v) (voorwerpen)
sänka (v) (kleding)
sänka (v) (verminderen)
sänka (v) (teruglopen)
sänka (v) (slinken)
dämpa (v) (hoed)
dämpa (v) (interesseren)
dämpa (v) (spelen - kaarten)
dämpa (v) (geluid)
dämpa (v) (hoeveelheid)
dämpa (v) (voorwerpen)
dämpa (v) (kleding)
dämpa (v) (verminderen)
dämpa (v) (teruglopen)
dämpa (v) (slinken)
ta bort (v) (hoed)
ta bort (v) (interesseren)
ta bort (v) (spelen - kaarten)
ta bort (v) (geluid)
ta bort (v) (hoeveelheid)
ta bort (v) (voorwerpen)
ta bort (v) (kleding)
ta bort (v) (verminderen)
ta bort (v) (teruglopen)
ta bort (v) (slinken)
ta ifrån (v) (hoed)
ta ifrån (v) (interesseren)
ta ifrån (v) (spelen - kaarten)
ta ifrån (v) (geluid)
ta ifrån (v) (hoeveelheid)
ta ifrån (v) (voorwerpen)
ta ifrån (v) (kleding)
ta ifrån (v) (verminderen)
ta ifrån (v) (teruglopen)
ta ifrån (v) (slinken)
ta ned (v) (hoed)
ta ned (v) (interesseren)
ta ned (v) (spelen - kaarten)
ta ned (v) (geluid)
ta ned (v) (hoeveelheid)
ta ned (v) (voorwerpen)
ta ned (v) (kleding)
ta ned (v) (verminderen)
ta ned (v) (teruglopen)
ta ned (v) (slinken)
minskas (v) (hoed)
minskas (v) (interesseren)
minskas (v) (spelen - kaarten)
minskas (v) (grootte)
minskas (v) (geluid)
minskas (v) (hoeveelheid)
minskas (v) (voorwerpen)
minskas (v) (kleding)
minskas (v) (verminderen)
minskas (v) (teruglopen)
minskas (v) (slinken)
förminskas (v) (hoed)
förminskas (v) (interesseren)
förminskas (v) (spelen - kaarten)
förminskas (v) (grootte)
förminskas (v) (geluid)
förminskas (v) (hoeveelheid)
förminskas (v) (voorwerpen)
förminskas (v) (kleding)
förminskas (v) (verminderen)
förminskas (v) (teruglopen)
förminskas (v) (slinken)
reduceras (v) (hoed)
reduceras (v) (interesseren)
reduceras (v) (spelen - kaarten)
reduceras (v) (grootte)
reduceras (v) (geluid)
reduceras (v) (hoeveelheid)
reduceras (v) (voorwerpen)
reduceras (v) (kleding)
reduceras (v) (verminderen)
reduceras (v) (teruglopen)
reduceras (v) (slinken)
sjunka (v) (verminderen)
försvaga (v) (grootte)
försvaga (v) (verminderen)
försvaga (v) (slinken)
subtrahera (a) (wiskunde)
lätta (v) (minder intens worden)
minska på trycket (v) (minder intens worden)
lätta på spänningen (v) (minder intens worden)
lägga sig (v) (wind)
lägga sig (v) (teruglopen)
dö bort (v) (hoop)
dö bort (v) (wind)
dö bort (v) (teruglopen)
skära ner (v) (verminderen)
reducera (v) (grootte)
reducera (v) (verminderen)
reducera (v) (slinken)
förminska (v) (grootte)
förminska (v) (verminderen)
förminska (v) (slinken)
Portugiesisch
afnemen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
reduzir (v) (verminderen)
reduzir (v) (grootte)
reduzir (v) (slinken)
reduzir (v) (hoed)
reduzir (v) (interesseren)
reduzir (v) (spelen - kaarten)
reduzir (v) (geluid)
reduzir (v) (hoeveelheid)
reduzir (v) (voorwerpen)
reduzir (v) (kleding)
reduzir (v) (teruglopen)
diminuir (a) (wiskunde)
diminuir (v) (grootte)
diminuir (v) (verminderen)
diminuir (v) (hoop)
diminuir (v) (slinken)
diminuir (v) (geluid)
diminuir (v) (hoeveelheid)
diminuir (v) (wind)
diminuir (v) (teruglopen)
diminuir (v) (hoed)
diminuir (v) (interesseren)
diminuir (v) (spelen - kaarten)
diminuir (v) (voorwerpen)
diminuir (v) (kleding)
baixar (v) (geluid)
baixar (v) (hoed)
baixar (v) (interesseren)
baixar (v) (spelen - kaarten)
baixar (v) (hoeveelheid)
baixar (v) (voorwerpen)
baixar (v) (kleding)
baixar (v) (verminderen)
baixar (v) (teruglopen)
baixar (v) (slinken)
baixar (v) (wind)
cortar (v) (hoed)
cortar (v) (interesseren)
cortar (v) (spelen - kaarten)
cortar (v) (geluid)
cortar (v) (hoeveelheid)
cortar (v) (voorwerpen)
cortar (v) (kleding)
cortar (v) (verminderen)
cortar (v) (teruglopen)
cortar (v) (slinken)
cair (v) (aantal)
cair (v) (verminderen)
declinar (v) (hoed)
declinar (v) (interesseren)
declinar (v) (spelen - kaarten)
declinar (v) (geluid)
declinar (v) (hoeveelheid)
declinar (v) (voorwerpen)
declinar (v) (kleding)
declinar (v) (verminderen)
declinar (v) (teruglopen)
declinar (v) (slinken)
declinar (v) (wind)
decrescer (v) (aantal)
decrescer (v) (hoeveelheid)
decrescer (v) (hoed)
decrescer (v) (interesseren)
decrescer (v) (spelen - kaarten)
decrescer (v) (geluid)
decrescer (v) (voorwerpen)
decrescer (v) (kleding)
decrescer (v) (verminderen)
decrescer (v) (teruglopen)
decrescer (v) (slinken)
decrescer (v) (wind)
decrescer (v) (grootte)
tirar (v) (hoed)
tirar (v) (kleding)
tirar (v) (interesseren)
tirar (v) (spelen - kaarten)
tirar (v) (geluid)
tirar (v) (hoeveelheid)
tirar (v) (voorwerpen)
tirar (v) (verminderen)
tirar (v) (teruglopen)
tirar (v) (slinken)
cair no esquecimento (v) (interesseren)
cair no esquecimento (v) (hoed)
cair no esquecimento (v) (spelen - kaarten)
cair no esquecimento (v) (geluid)
cair no esquecimento (v) (hoeveelheid)
cair no esquecimento (v) (voorwerpen)
cair no esquecimento (v) (kleding)
cair no esquecimento (v) (verminderen)
cair no esquecimento (v) (teruglopen)
cair no esquecimento (v) (slinken)
tomar (v) (hoed)
tomar (v) (interesseren)
tomar (v) (spelen - kaarten)
tomar (v) (geluid)
tomar (v) (hoeveelheid)
tomar (v) (voorwerpen)
tomar (v) (kleding)
tomar (v) (verminderen)
tomar (v) (teruglopen)
tomar (v) (slinken)
desapossar (v) (hoed)
desapossar (v) (interesseren)
desapossar (v) (spelen - kaarten)
desapossar (v) (geluid)
desapossar (v) (hoeveelheid)
desapossar (v) (voorwerpen)
desapossar (v) (kleding)
desapossar (v) (verminderen)
desapossar (v) (teruglopen)
desapossar (v) (slinken)
enfraquecer (v) (grootte)
enfraquecer (v) (verminderen)
enfraquecer (v) (slinken)
enfraquecer (v) (hoed)
enfraquecer (v) (interesseren)
enfraquecer (v) (spelen - kaarten)
enfraquecer (v) (geluid)
enfraquecer (v) (hoeveelheid)
enfraquecer (v) (voorwerpen)
enfraquecer (v) (kleding)
enfraquecer (v) (teruglopen)
encolher (v) (slinken)
encolher (v) (grootte)
encolher (v) (verminderen)
encolher (v) (hoed)
encolher (v) (interesseren)
encolher (v) (spelen - kaarten)
encolher (v) (geluid)
encolher (v) (hoeveelheid)
encolher (v) (voorwerpen)
encolher (v) (kleding)
encolher (v) (teruglopen)
enxugar (v) (verminderen)
subtrair (a) (wiskunde)
acalmar (v) (wind)
acalmar (v) (teruglopen)
aliviar a tensão (v) (minder intens worden)
reduzir a tensão (v) (minder intens worden)
reduzir a pressão (v) (minder intens worden)
reduzir a força (v) (minder intens worden)
abrandar-se (v) (wind)
abrandar-se (v) (teruglopen)
esvair-se (v) (hoop)
Verbformen von afnemen
| irr. | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afnemend | und | afgenomen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | neem af | neemt af | neemt af | nemen af | nemen af | nemen af |
| Imperfect | nam af | nam af | nam af | namen af | namen af | namen af |
| Toekomende tijd I | zal afnemen | zult afnemen | zal afnemen | zullen afnemen | zullen afnemen | zullen afnemen |
| Conditionalis I | zou afnemen | zou afnemen | zou afnemen | zouden afnemen | zouden afnemen | zouden afnemen |
| Perfectum | heb afgenomen | hebt afgenomen | heeft afgenomen | hebben afgenomen | hebben afgenomen | hebben afgenomen |
| Voltooid verleden tijd | had afgenomen | had afgenomen | had afgenomen | hadden afgenomen | hadden afgenomen | hadden afgenomen |
| Toekomende tijd II | zal afgenomen hebben | zult afgenomen hebben | zal afgenomen hebben | zullen afgenomen hebben | zullen afgenomen hebben | zullen afgenomen hebben |
| Conditionalis II | zou hebben afgenomen | zou hebben afgenomen | zou hebben afgenomen | zouden hebben afgenomen | zouden hebben afgenomen | zouden hebben afgenomen |
| Imperatief | - | neem af | - | - | neemt af | - |
