Suchbegriff:

afkondigen

  hat 3 Bedeutungen, eine Synonymgruppe und 5 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

afkondigen (orde, wetten, rechten)

Deutsch Deutsch

erlassen (orde, wetten) verhängen (wetten) verkünden (orde, rechten) verkündigen (orde)

Englisch Englisch

enact (wetten) issue (orde, wetten) promulgate (orde, rechten, wetten)

Französisch Französisch

adopter (orde, wetten) décréter (orde, rechten, wetten) promulguer (orde, rechten, wetten) édicter (orde, rechten, wetten)

Italienisch Italienisch

adottare (orde, wetten) approvare (orde, wetten) emanare (orde, rechten, wetten) emettere (orde, rechten, wetten) promulgare (orde, rechten, wetten)

Spanisch Spanisch

adoptar (orde, wetten) decretar (orde, rechten, wetten) dictar (orde, rechten, wetten) promulgar (orde, rechten, wetten)

Portugiesisch Portugiesisch

aprovar (orde, wetten) decretar (orde, rechten, wetten) promulgar (orde, rechten, wetten)

Schwedisch Schwedisch

antaga (orde, wetten) kungöra (orde, rechten) offentliggöra (orde, wetten) promulgera (orde, rechten) utfärda (orde, rechten, wetten)


Verbformen von afkondigen

- af
Tegenwoordig en verleden deelwoord afkondigend und afgekondigd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens kondig af kondigt af kondigt af kondigen af kondigen af kondigen af
Imperfect kondigde af kondigde af kondigde af kondigden af kondigden af kondigden af
Toekomende tijd I zal afkondigen zult afkondigen zal afkondigen zullen afkondigen zullen afkondigen zullen afkondigen
Conditionalis I zou afkondigen zou afkondigen zou afkondigen zouden afkondigen zouden afkondigen zouden afkondigen
Perfectum heb afgekondigd hebt afgekondigd heeft afgekondigd hebben afgekondigd hebben afgekondigd hebben afgekondigd
Voltooid verleden tijd had afgekondigd had afgekondigd had afgekondigd hadden afgekondigd hadden afgekondigd hadden afgekondigd
Toekomende tijd II zal afgekondigd hebben zult afgekondigd hebben zal afgekondigd hebben zullen afgekondigd hebben zullen afgekondigd hebben zullen afgekondigd hebben
Conditionalis II zou hebben afgekondigd zou hebben afgekondigd zou hebben afgekondigd zouden hebben afgekondigd zouden hebben afgekondigd zouden hebben afgekondigd
Imperatief - kondig af - - kondigt af -
afkondigen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - afkondigen übersetzen

Top Suchbegriffe Wörterbuch Deutsch

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000