Übersetzungen für afkommanderen

Niederländisch Niederländisch

afkommanderen

Französisch Französisch Neues Wort vorschlagen

Italienisch Italienisch Neues Wort vorschlagen

Englisch Englisch Neues Wort vorschlagen

Deutsch Deutsch Neues Wort vorschlagen

Spanisch Spanisch Neues Wort vorschlagen

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

     

Verbformen von afkommanderen

- af
Tegenwoordig en verleden deelwoord afkommanderend und afgekommandeerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens kommandeer af kommandeert af kommandeert af kommanderen af kommanderen af kommanderen af
Imperfect kommandeerde af kommandeerde af kommandeerde af kommandeerden af kommandeerden af kommandeerden af
Toekomende tijd I zal afkommanderen zult afkommanderen zal afkommanderen zullen afkommanderen zullen afkommanderen zullen afkommanderen
Conditionalis I zou afkommanderen zou afkommanderen zou afkommanderen zouden afkommanderen zouden afkommanderen zouden afkommanderen
Perfectum heb afgekommandeerd hebt afgekommandeerd heeft afgekommandeerd hebben afgekommandeerd hebben afgekommandeerd hebben afgekommandeerd
Voltooid verleden tijd had afgekommandeerd had afgekommandeerd had afgekommandeerd hadden afgekommandeerd hadden afgekommandeerd hadden afgekommandeerd
Toekomende tijd II zal afgekommandeerd hebben zult afgekommandeerd hebben zal afgekommandeerd hebben zullen afgekommandeerd hebben zullen afgekommandeerd hebben zullen afgekommandeerd hebben
Conditionalis II zou hebben afgekommandeerd zou hebben afgekommandeerd zou hebben afgekommandeerd zouden hebben afgekommandeerd zouden hebben afgekommandeerd zouden hebben afgekommandeerd
Imperatief - kommandeer af - - kommandeert af -
afkommanderen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - afkommanderen übersetzen