Übersetzungen für aanwenden
aanwenden
hat 4 Bedeutungen, eine Synonymgruppe & 3 SynonymeNiederländisch Niederländisch
aanwenden (invloed, bekwaamheid, uitoefenen, gebruiken)
Französisch
aanwenden Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
user
(v)
(invloed)
user
(v)
(bekwaamheid)
user
(v)
(uitoefenen)
user
(v)
(gebruiken)
employer
(v)
(invloed)
employer
(v)
(bekwaamheid)
employer
(v)
(uitoefenen)
employer
(v)
(gebruiken)
user de (v) (invloed)
user de (v) (bekwaamheid)
user de (v) (uitoefenen)
user de (v) (gebruiken)
exercer
(v)
(invloed)
exercer
(v)
(bekwaamheid)
exercer
(v)
(uitoefenen)
exercer
(v)
(gebruiken)
faire usage de (v) (invloed)
faire usage de (v) (bekwaamheid)
faire usage de (v) (uitoefenen)
faire usage de (v) (gebruiken)
se servir de (v) (invloed)
se servir de (v) (bekwaamheid)
se servir de (v) (uitoefenen)
se servir de (v) (gebruiken)
pratiquer
(v)
(invloed)
pratiquer
(v)
(bekwaamheid)
pratiquer
(v)
(uitoefenen)
pratiquer
(v)
(gebruiken)
appliquer
(v)
(invloed)
appliquer
(v)
(bekwaamheid)
appliquer
(v)
(uitoefenen)
appliquer
(v)
(gebruiken)
utiliser
(v)
(invloed)
utiliser
(v)
(bekwaamheid)
utiliser
(v)
(uitoefenen)
utiliser
(v)
(gebruiken)
Italienisch
aanwenden Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
adoperare
(v)
(bekwaamheid)
adoperare
(v)
(uitoefenen)
adoperare
(v)
(invloed)
adoperare
(v)
(gebruiken)
applicare
(v)
(invloed)
applicare
(v)
(bekwaamheid)
applicare
(v)
(uitoefenen)
applicare
(v)
(gebruiken)
azionare
(v)
(invloed)
azionare
(v)
(bekwaamheid)
azionare
(v)
(uitoefenen)
azionare
(v)
(gebruiken)
esercitare
(v)
(invloed)
esercitare
(v)
(bekwaamheid)
esercitare
(v)
(uitoefenen)
esercitare
(v)
(gebruiken)
far uso di (v) (invloed)
far uso di (v) (bekwaamheid)
far uso di (v) (uitoefenen)
far uso di (v) (gebruiken)
fare uso di (v) (invloed)
fare uso di (v) (uitoefenen)
fare uso di (v) (gebruiken)
fare uso di (v) (bekwaamheid)
impiegare
(v)
(invloed)
impiegare
(v)
(uitoefenen)
impiegare
(v)
(gebruiken)
impiegare
(v)
(bekwaamheid)
servirsi di (v) (invloed)
servirsi di (v) (uitoefenen)
servirsi di (v) (gebruiken)
servirsi di (v) (bekwaamheid)
usare
(v)
(invloed)
usare
(v)
(uitoefenen)
usare
(v)
(gebruiken)
usare
(v)
(bekwaamheid)
utilizzare
(v)
(gebruiken)
utilizzare
(v)
(invloed)
utilizzare
(v)
(uitoefenen)
utilizzare
(v)
(bekwaamheid)
Englisch
aanwenden Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
aanwenden Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
gebrauchen (v) (invloed)
benutzen (v) (invloed)
anwenden (v) (invloed)
anwenden (v) (bekwaamheid)
ausüben (v) (bekwaamheid)
ausüben (v) (uitoefenen)
gebrauchen (v) (uitoefenen)
anwenden (v) (uitoefenen)
verwenden (v) (gebruiken)
benutzen (v) (gebruiken)
nutzen (v) (gebruiken)
gebrauchen (v) (gebruiken)
anwenden (v) (gebruiken)
Spanisch
aanwenden Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
aplicar (v) (invloed)
aplicar (v) (bekwaamheid)
aplicar (v) (uitoefenen)
aplicar (v) (gebruiken)
ejercer
(v)
(invloed)
ejercer
(v)
(bekwaamheid)
ejercer
(v)
(uitoefenen)
ejercer
(v)
(gebruiken)
emplear (v) (invloed)
emplear (v) (bekwaamheid)
emplear (v) (uitoefenen)
emplear (v) (gebruiken)
usar (v) (invloed)
usar (v) (bekwaamheid)
usar (v) (uitoefenen)
usar (v) (gebruiken)
utilizar (v) (invloed)
utilizar (v) (bekwaamheid)
utilizar (v) (uitoefenen)
utilizar (v) (gebruiken)
Schwedisch
aanwenden Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
använda (v) (invloed)
använda (v) (bekwaamheid)
använda (v) (uitoefenen)
använda (v) (gebruiken)
bruka (v) (invloed)
bruka (v) (bekwaamheid)
bruka (v) (uitoefenen)
bruka (v) (gebruiken)
utöva (v) (invloed)
utöva (v) (bekwaamheid)
utöva (v) (uitoefenen)
utöva (v) (gebruiken)
öva (v) (invloed)
öva (v) (bekwaamheid)
öva (v) (uitoefenen)
öva (v) (gebruiken)
tillämpa (v) (invloed)
tillämpa (v) (bekwaamheid)
tillämpa (v) (uitoefenen)
tillämpa (v) (gebruiken)
begagna (v) (invloed)
begagna (v) (bekwaamheid)
begagna (v) (uitoefenen)
begagna (v) (gebruiken)
Portugiesisch
aanwenden Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
usar (v) (invloed)
usar (v) (uitoefenen)
usar (v) (gebruiken)
usar (v) (bekwaamheid)
empregar (v) (invloed)
empregar (v) (uitoefenen)
empregar (v) (gebruiken)
empregar (v) (bekwaamheid)
aplicar (v) (invloed)
aplicar (v) (bekwaamheid)
aplicar (v) (uitoefenen)
aplicar (v) (gebruiken)
exercitar (v) (bekwaamheid)
exercitar (v) (uitoefenen)
exercitar (v) (invloed)
exercitar (v) (gebruiken)
exercer (v) (bekwaamheid)
exercer (v) (uitoefenen)
exercer (v) (invloed)
exercer (v) (gebruiken)
colocar em uso (v) (invloed)
colocar em uso (v) (bekwaamheid)
colocar em uso (v) (uitoefenen)
colocar em uso (v) (gebruiken)
utilizar (v) (gebruiken)
utilizar (v) (invloed)
utilizar (v) (uitoefenen)
utilizar (v) (bekwaamheid)
fazer uso de (v) (gebruiken)
fazer uso de (v) (invloed)
fazer uso de (v) (uitoefenen)
fazer uso de (v) (bekwaamheid)
Verbformen von aanwenden
| - | aan | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aanwendend | und | aangewend |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | wend aan | wendt aan | wendt aan | wenden aan | wenden aan | wenden aan |
| Imperfect | wendde aan | wendde aan | wendde aan | wendden aan | wendden aan | wendden aan |
| Toekomende tijd I | zal aanwenden | zult aanwenden | zal aanwenden | zullen aanwenden | zullen aanwenden | zullen aanwenden |
| Conditionalis I | zou aanwenden | zou aanwenden | zou aanwenden | zouden aanwenden | zouden aanwenden | zouden aanwenden |
| Perfectum | heb aangewend | hebt aangewend | heeft aangewend | hebben aangewend | hebben aangewend | hebben aangewend |
| Voltooid verleden tijd | had aangewend | had aangewend | had aangewend | hadden aangewend | hadden aangewend | hadden aangewend |
| Toekomende tijd II | zal aangewend hebben | zult aangewend hebben | zal aangewend hebben | zullen aangewend hebben | zullen aangewend hebben | zullen aangewend hebben |
| Conditionalis II | zou hebben aangewend | zou hebben aangewend | zou hebben aangewend | zouden hebben aangewend | zouden hebben aangewend | zouden hebben aangewend |
| Imperatief | - | wend aan | - | - | wendt aan | - |
