Übersetzungen für aanvechten
aanvechten
hat 2 Bedeutungen, 2 Synonymgruppen & 6 SynonymeNiederländisch Niederländisch
aanvechten (onenigheid, twijfel)
Französisch
aanvechten Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
s'opposer
(v)
(onenigheid)
émettre des doutes (v) (twijfel)
mettre en doute (v) (twijfel)
contester
(v)
(onenigheid)
mettre en question (v) (twijfel)
Italienisch
aanvechten Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
contestare
(v)
(onenigheid)
contestare
(v)
(twijfel)
contraddire
(v)
(onenigheid)
impugnare
(v)
(onenigheid)
mettere in discussione (v) (twijfel)
mettere in dubbio (v) (twijfel)
opporsi a (v) (onenigheid)
Englisch
aanvechten Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
contest
(v)
(onenigheid)
dispute
(v)
(onenigheid)
contravene
(formal) (v)
(onenigheid)
oppose
(v)
(onenigheid)
impugn
(formal) (v)
(twijfel)
raise doubts (v) (twijfel)
Deutsch
aanvechten Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
bestreiten (v) (onenigheid)
sich widersetzen (v) (onenigheid)
entgegentreten (v) (onenigheid)
in Zweifel ziehen (v) (twijfel)
Spanisch
aanvechten Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
contravenir a (v) (onenigheid)
disputar
(v)
(onenigheid)
impugnar
(v)
(twijfel)
oponerse a (v) (onenigheid)
poner en duda (v) (twijfel)
poner en tela de juicio (v) (twijfel)
rebatir
(v)
(onenigheid)
Schwedisch
aanvechten Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
ifrågasätta (v) (twijfel)
dra i vittnesmål (v) (twijfel)
bestrida (v) (onenigheid)
bestrida (v) (twijfel)
motsätta sig (v) (onenigheid)
motarbeta (v) (onenigheid)
Portugiesisch
aanvechten Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
opor-se (v) (onenigheid)
levantar dúvidas sobre (v) (twijfel)
impugnar (v) (twijfel)
contestar (v) (onenigheid)
disputar (v) (onenigheid)
contrapor-se (v) (onenigheid)
levantar dúvidas (v) (twijfel)
Verbformen von aanvechten
| - | aan | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aanvechtend | und | aangevochten |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | vecht aan | vecht aan | vecht aan | vechten aan | vechten aan | vechten aan |
| Imperfect | vocht aan | vocht aan | vocht aan | vochten aan | vochten aan | vochten aan |
| Toekomende tijd I | zal aanvechten | zult aanvechten | zal aanvechten | zullen aanvechten | zullen aanvechten | zullen aanvechten |
| Conditionalis I | zou aanvechten | zou aanvechten | zou aanvechten | zouden aanvechten | zouden aanvechten | zouden aanvechten |
| Perfectum | heb aangevochten | hebt aangevochten | heeft aangevochten | hebben aangevochten | hebben aangevochten | hebben aangevochten |
| Voltooid verleden tijd | had aangevochten | had aangevochten | had aangevochten | hadden aangevochten | hadden aangevochten | hadden aangevochten |
| Toekomende tijd II | zal aangevochten hebben | zult aangevochten hebben | zal aangevochten hebben | zullen aangevochten hebben | zullen aangevochten hebben | zullen aangevochten hebben |
| Conditionalis II | zou hebben aangevochten | zou hebben aangevochten | zou hebben aangevochten | zouden hebben aangevochten | zouden hebben aangevochten | zouden hebben aangevochten |
| Imperatief | - | vecht aan | - | - | vecht aan | - |
