Übersetzungen für aansporen
aansporen
hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 13 SynonymeNiederländisch Niederländisch
aansporen (werk, persoon, aanmanen)
Französisch
aansporen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
stimuler
(v)
(werk)
exciter
(v)
(persoon)
provoquer
(v)
(persoon)
encourager
(v)
(werk)
encourager
(v)
(persoon)
encourager
(v)
(aanmanen)
inciter à (v) (werk)
pousser
(v)
(persoon)
pousser
(v)
(werk)
pousser à (v) (aanmanen)
aiguillonner
(v)
(werk)
Italienisch
aansporen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
esortare
(v)
(aanmanen)
incitare
(v)
(werk)
incitare
(v)
(persoon)
incoraggiare
(v)
(aanmanen)
istigare
(v)
(persoon)
provocare
(v)
(persoon)
sollecitare
(v)
(aanmanen)
spronare
(v)
(werk)
stimolare
(v)
(werk)
Englisch
aansporen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
aansporen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Spanisch
aansporen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
aansporen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
upphetsa (v) (persoon)
anstifta (v) (persoon)
uppvigla till (v) (persoon)
anmoda (v) (aanmanen)
driva på (v) (werk)
medverka till (v) (persoon)
provocera (v) (persoon)
förmana (v) (aanmanen)
uppmana (v) (aanmanen)
Portugiesisch
aansporen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
Verbformen von aansporen
| - | aan | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aansporend | und | aangespoord |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | spoor aan | spoort aan | spoort aan | sporen aan | sporen aan | sporen aan |
| Imperfect | spoorde aan | spoorde aan | spoorde aan | spoorden aan | spoorden aan | spoorden aan |
| Toekomende tijd I | zal aansporen | zult aansporen | zal aansporen | zullen aansporen | zullen aansporen | zullen aansporen |
| Conditionalis I | zou aansporen | zou aansporen | zou aansporen | zouden aansporen | zouden aansporen | zouden aansporen |
| Perfectum | heb aangespoord | hebt aangespoord | heeft aangespoord | hebben aangespoord | hebben aangespoord | hebben aangespoord |
| Voltooid verleden tijd | had aangespoord | had aangespoord | had aangespoord | hadden aangespoord | hadden aangespoord | hadden aangespoord |
| Toekomende tijd II | zal aangespoord hebben | zult aangespoord hebben | zal aangespoord hebben | zullen aangespoord hebben | zullen aangespoord hebben | zullen aangespoord hebben |
| Conditionalis II | zou hebben aangespoord | zou hebben aangespoord | zou hebben aangespoord | zouden hebben aangespoord | zouden hebben aangespoord | zouden hebben aangespoord |
| Imperatief | - | spoor aan | - | - | spoort aan | - |
