Übersetzungen für aankleden

Suchbegriff:

aankleden

  hat Eine Bedeutung, 4 Synonymgruppen & 14 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

aankleden (transitief)

Französisch aankleden Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

vêtir (v) (transitief)

habiller (v) (transitief)

Italienisch aankleden Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

far indossare (v) (transitief)

vestire (v) (transitief)

Englisch aankleden Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

dress (v) (transitief)

clothe (v) (transitief)

Deutsch aankleden Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

kleiden (v) (transitief)

ankleiden (v) (transitief)

anziehen (v) (transitief)

Spanisch aankleden Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

arropar (v) (transitief)

vestir (v) (transitief)

Schwedisch aankleden Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

klä (v) (transitief)

bekläda (v) (transitief)

Portugiesisch aankleden Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

vestir (v) (transitief)

     

Verbformen von aankleden

- aan
Tegenwoordig en verleden deelwoord aankledend und aangekleed
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens kleed aan kleedt aan kleedt aan kleden aan kleden aan kleden aan
Imperfect kleedde aan kleedde aan kleedde aan kleedden aan kleedden aan kleedden aan
Toekomende tijd I zal aankleden zult aankleden zal aankleden zullen aankleden zullen aankleden zullen aankleden
Conditionalis I zou aankleden zou aankleden zou aankleden zouden aankleden zouden aankleden zouden aankleden
Perfectum heb aangekleed hebt aangekleed heeft aangekleed hebben aangekleed hebben aangekleed hebben aangekleed
Voltooid verleden tijd had aangekleed had aangekleed had aangekleed hadden aangekleed hadden aangekleed hadden aangekleed
Toekomende tijd II zal aangekleed hebben zult aangekleed hebben zal aangekleed hebben zullen aangekleed hebben zullen aangekleed hebben zullen aangekleed hebben
Conditionalis II zou hebben aangekleed zou hebben aangekleed zou hebben aangekleed zouden hebben aangekleed zouden hebben aangekleed zouden hebben aangekleed
Imperatief - kleed aan - - kleedt aan -
aankleden - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - aankleden übersetzen