Übersetzungen für aanhouden

Suchbegriff:

aanhouden

  hat 10 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 13 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

aanhouden (misdadiger, inspanning, pijn, intransitief, transitief, weer, beroep, voortduring, toespraak, algemeen)

Französisch aanhouden Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

arrêter (v) (misdadiger)

soutenir (v) (inspanning)

traîner (v) (pijn)

traîner (v) (intransitief)

languir (v) (pijn)

languir (v) (intransitief)

continuer (v) (pijn)

continuer (v) (intransitief)

continuer (v) (inspanning)

continuer (v) (transitief)

se poursuivre (v) (pijn)

se poursuivre (v) (intransitief)

persister (v) (weer)

poursuivre (v) (transitief)

persévérer (v) (inspanning)

garder (v) (beroep)

persistance (n) [f.] (voortduring)

allonger (v) (toespraak)

étirer (v) (toespraak)

capturer (v) (misdadiger)

durer (v) (algemeen)

serrer les dents (v) (inspanning)

continuation (n) [f.] (voortduring)

prolonger (v) (toespraak)

Italienisch aanhouden Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

andare avanti (v) (pijn)

andare avanti (v) (intransitief)

arrestare (v) (misdadiger)

catturare (v) (misdadiger)

continuare (v) (transitief)

continuare (v) (pijn)

continuare (v) (intransitief)

continuare (v) (inspanning)

continuare a tenere a servizio (v) (beroep)

continuazione (n) [f.] (voortduring)

durare (v) (algemeen)

durare (v) (weer)

mantenere (v) (inspanning)

non mollare (v) (inspanning)

perdurare (n) [m.] (voortduring)

perdurare (v) [m.] (weer)

persistenza (n) [f.] (voortduring)

persistere (v) (pijn)

persistere (v) (intransitief)

persistere (v) (weer)

prolungare (v) (toespraak)

proseguire (v) (inspanning)

sostenere (v) (inspanning)

stringere i denti (v) (inspanning)

tenere (v) (beroep)

tenere duro (v) (inspanning)

tirare per le lunghe (v) (toespraak)

trascinarsi (v) (pijn)

trascinarsi (v) (intransitief)

Englisch aanhouden Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

continuation (n) (voortduring)

persistence (n) (voortduring)

continuance (n) (voortduring)

last (v) (algemeen)

arrest (v) (misdadiger)

take into custody (v) (misdadiger)

apprehend (formal) (v) (misdadiger)

capture (v) (misdadiger)

run in (informal) (v) (misdadiger)

continue (v) (transitief)

linger on (v) (pijn)

continue (v) (intransitief)

go on (v) (intransitief)

sustain (v) (inspanning)

maintain (v) (inspanning)

draw out (v) (toespraak)

prolong (v) (toespraak)

drag out (v) (toespraak)

keep on (v) (beroep)

retain (v) (beroep)

persist (v) (weer)

keep up (v) (weer)

Deutsch aanhouden Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Fortsetzung (n) [f.] (voortduring)

Fortdauer (n) [f.] (voortduring)

dauern (v) (algemeen)

verhaften (v) (misdadiger)

inhaftieren (v) (misdadiger)

fortsetzen (v) (transitief)

sich hinschleppen (v) (pijn)

andauern (v) (pijn)

sich hinziehen (v) (pijn)

andauern (v) (intransitief)

aushalten (v) (inspanning)

durchhalten (v) (inspanning)

verlängern (v) (toespraak)

prolongieren (v) (toespraak)

hinausziehen (v) (toespraak)

weiterbeschäftigen (v) (beroep)

behalten (v) (beroep)

anhalten (v) (weer)

festnehmen (v) (algemeen)

Spanisch aanhouden Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

alargar (v) (toespraak)

apretar los dientes (v) (inspanning)

arrestar (v) (misdadiger)

capturar (v) (misdadiger)

continuación (n) [f.] (voortduring)

continuar (v) (pijn)

continuar (v) (intransitief)

continuar (v) (inspanning)

continuar (v) (transitief)

continuidad (n) [f.] (voortduring)

detener (v) (misdadiger)

durar (v) (pijn)

durar (v) (intransitief)

durar (v) (algemeen)

estirar (v) (toespraak)

mantener (v) (inspanning)

mantener (v) (beroep)

persistencia (n) [f.] (voortduring)

persistir (v) (pijn)

persistir (v) (intransitief)

persistir (v) (weer)

prolongar (v) (toespraak)

proseguir (v) (inspanning)

retener (v) (beroep)

seguir adelante (v) (inspanning)

sostener (v) (inspanning)

tardar (v) (pijn)

tardar (v) (intransitief)

Schwedisch aanhouden Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

fortsätta (v) (transitief)

fortsätta (v) (pijn)

fortsätta (v) (intransitief)

fortsätta (v) (inspanning)

fortsätta (v) (weer)

hålla i sig (v) (pijn)

hålla i sig (v) (intransitief)

upprätthålla (v) (inspanning)

hålla (v) (inspanning)

gå på (v) (inspanning)

gå vidare (v) (inspanning)

fullfölja (v) (inspanning)

behålla (v) (beroep)

förhala (v) (toespraak)

hålla kvar (v) (beroep)

förlänga (v) (toespraak)

vara (v) (algemeen)

gripa (v) (misdadiger)

förbli (v) (algemeen)

bita ihop tänderna (v) (inspanning)

anhålla (v) (misdadiger)

sätta in alla sina krafter (v) (inspanning)

fortsättande (n) [n.] (voortduring)

dra ut på (v) (toespraak)

arrestera (v) (misdadiger)

Portugiesisch aanhouden Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

deter (v) (misdadiger)

arrastar (v) (toespraak)

pegar (v) (misdadiger)

prender (v) (misdadiger)

continuar (v) (weer)

continuar (v) (pijn)

continuar (v) (intransitief)

continuar (v) (transitief)

continuar (v) (inspanning)

estender (v) (pijn)

estender (v) (intransitief)

prolongar (v) (toespraak)

prolongar (v) (pijn)

prolongar (v) (intransitief)

persistir (v) (inspanning)

persistir (v) (weer)

levar a diante (v) (inspanning)

prosseguir (v) (inspanning)

manter (v) (beroep)

manter (v) (inspanning)

persistência (n) [f.] (voortduring)

agüentar firme (v) (inspanning)

sustentar (v) (inspanning)

perseverar (v) (inspanning)

capturar (v) (misdadiger)

continuidade (n) [f.] (voortduring)

durar (v) (algemeen)

continuação (n) [f.] (voortduring)

     

Verbformen von aanhouden

irr. aan
Tegenwoordig en verleden deelwoord aanhoudend und aangehouden
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens houd aan houdt aan houdt aan houden aan houden aan houden aan
Imperfect hield aan hield aan hield aan hielden aan hielden aan hielden aan
Toekomende tijd I zal aanhouden zult aanhouden zal aanhouden zullen aanhouden zullen aanhouden zullen aanhouden
Conditionalis I zou aanhouden zou aanhouden zou aanhouden zouden aanhouden zouden aanhouden zouden aanhouden
Perfectum heb aangehouden hebt aangehouden heeft aangehouden hebben aangehouden hebben aangehouden hebben aangehouden
Voltooid verleden tijd had aangehouden had aangehouden had aangehouden hadden aangehouden hadden aangehouden hadden aangehouden
Toekomende tijd II zal aangehouden hebben zult aangehouden hebben zal aangehouden hebben zullen aangehouden hebben zullen aangehouden hebben zullen aangehouden hebben
Conditionalis II zou hebben aangehouden zou hebben aangehouden zou hebben aangehouden zouden hebben aangehouden zouden hebben aangehouden zouden hebben aangehouden
Imperatief - houd aan - - houdt aan -
aanhouden - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - aanhouden übersetzen