Übersetzungen für aangrijpen
aangrijpen
hat Eine Bedeutung, 3 Synonymgruppen & 11 SynonymeNiederländisch Niederländisch
aangrijpen (gevoelens)
Französisch
aangrijpen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
toucher
(v)
[m.]
(gevoelens)
offenser
(v)
(gevoelens)
émouvoir
(v)
(gevoelens)
bouleverser
(v)
(gevoelens)
consterner
(v)
(gevoelens)
exciter la pitié (v) (gevoelens)
ébranler
(v)
(gevoelens)
choquer
(v)
(gevoelens)
Italienisch
aangrijpen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
commuovere
(v)
(gevoelens)
costernare
(v)
(gevoelens)
intenerire (v) (gevoelens)
scioccare (v) (gevoelens)
sconvolgere
(v)
(gevoelens)
scuotere
(v)
(gevoelens)
sgomentare
(v)
(gevoelens)
spaventare
(v)
(gevoelens)
toccare
(v)
(gevoelens)
Englisch
aangrijpen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
aangrijpen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Spanisch
aangrijpen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
aterrar
(v)
(gevoelens)
conmocionar a (v) (gevoelens)
conmover
(v)
(gevoelens)
enternecer
(v)
(gevoelens)
impresionar (v) (gevoelens)
ofender (v) (gevoelens)
producir una conmoción (v) (gevoelens)
repugnar
(v)
(gevoelens)
Schwedisch
aangrijpen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
aangrijpen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
tocar (v) (gevoelens)
chocar (v) (gevoelens)
mexer com (v) (gevoelens)
comover (v) (gevoelens)
impressionar (v) (gevoelens)
pasmar (v) (gevoelens)
mexer (v) (gevoelens)
abalar (v) (gevoelens)
estarrecer (v) (gevoelens)
Verbformen von aangrijpen
| - | aan | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aangrijpend | und | aangegrepen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | grijp aan | grijpt aan | grijpt aan | grijpen aan | grijpen aan | grijpen aan |
| Imperfect | greep aan | greep aan | greep aan | grepen aan | grepen aan | grepen aan |
| Toekomende tijd I | zal aangrijpen | zult aangrijpen | zal aangrijpen | zullen aangrijpen | zullen aangrijpen | zullen aangrijpen |
| Conditionalis I | zou aangrijpen | zou aangrijpen | zou aangrijpen | zouden aangrijpen | zouden aangrijpen | zouden aangrijpen |
| Perfectum | heb aangegrepen | hebt aangegrepen | heeft aangegrepen | hebben aangegrepen | hebben aangegrepen | hebben aangegrepen |
| Voltooid verleden tijd | had aangegrepen | had aangegrepen | had aangegrepen | hadden aangegrepen | hadden aangegrepen | hadden aangegrepen |
| Toekomende tijd II | zal aangegrepen hebben | zult aangegrepen hebben | zal aangegrepen hebben | zullen aangegrepen hebben | zullen aangegrepen hebben | zullen aangegrepen hebben |
| Conditionalis II | zou hebben aangegrepen | zou hebben aangegrepen | zou hebben aangegrepen | zouden hebben aangegrepen | zouden hebben aangegrepen | zouden hebben aangegrepen |
| Imperatief | - | grijp aan | - | - | grijpt aan | - |
