Deutsch Niederländisch Übersetzung für naar binnen: 15 Treffer
| Deutsch Deutsch | Niederländisch Niederländisch |
|---|---|
| einwärts (o) (Richtung) | |
| nach drinnen (o) (Richtung) | |
| nach innen (o) (Richtung) | |
| einstecken (v) (hineinbringen) | |
| hineinbringen (v) (einstecken) | |
| eintreten (v) (allgemein) | |
| hineingehen (v) (allgemein) | |
| hinunterkippen (v) (trinken) | |
| schlucken (v) (trinken) | |
| hinunterschlingen (v) (Essen) | |
| schlucken (v) (Essen) | |
| sich durch etwas winden (v) (eintreten) | |
| sich durch etwas zwängen (v) (eintreten) | |
| verdrücken (v) (Essen) | |
| wegputzen (v) (Essen) |
naar binnen
Deutsch Deutsch
nervenstark, Nerven-, Narbung, nerven mit, Nervensäge, Nerven, Nervenarzt, nervenaufreibend, Nervenentzündung, Nervenklinik, Nervenknoten, Nervenkrampf, Nervenkranke, Nervensystem, Nervenzusammenbruch, NOR-Funktion, Nervenschock, Nervenheilanstalt, Nervenbündel
Niederländisch Niederländisch
naar beneden toe afronden, naar beneden, naar binnen brengen, naar binnen gaan, naar beneden glijden, naar beneden zakken, naar beneden rollen, naar beneden draaien, naar beneden krijgen, naar beneden rijden, naar beneden stromen, naar beneden komen, naar beneden gaan, naar beneden kijken, naar beneden springen, naar beneden doen gaan, naar binnen slaan, naar binnen schrokken, neerpennen, nirvana
