Deutsch Niederländisch Übersetzung für einfarbig: 2 Treffer
| Deutsch Deutsch | Niederländisch Niederländisch |
|---|---|
| einfarbig (a) (Farbe) | |
| einfarbig (a) (Farbe) |
einfarbig
Deutsch Deutsch
einprägen, einverstanden, Einbruchalarm, ein Vorgefühl haben, Einverständnis, einverstanden sein, einführen, einverstanden sein mit, Einführung, einberufen, ein Protokoll geben, eine Versammlung abhalten, Einberufener, Einberufung, einbringen, Einvernehmen, eine Vorstellung geben, eine Vorstellung geben von, empören, Empörung
Niederländisch Niederländisch
een voorgevoel hebben, een barrage rijden, een beroep doen op, een voorraad aanleggen van, een voorstelling geven van, een voorstelling geven, een vertoning maken van, een vergunning verlenen aan, en vervolgens, een voorbeeld geven, een verloren zaak zijn, een vergadering houden, een verzekering afsluiten, een paar, een verkoudheid opdoen, een vordering indienen, een overvloed van, een brandende kwestie, een verslag schrijven van, een pruimemondje trekken
