Deutsch Niederländisch Übersetzung für einäschern: 2 Treffer
| Deutsch Deutsch | Niederländisch Niederländisch |
|---|---|
| einäschern (v) (Begräbnis) | |
| einäschern (v) (Begräbnis) |
einäschern
Deutsch Deutsch
eine Kurve machen, eingrenzen, Eingrenzung, Einschränkung, einschränken, eingerückte Zeile, Eingriff, einschreiben, Einschreiben, Einschreibung, eingerückt, Emigration, enger Sitz, eingraben, einschränkend, eingewurzelt, ein geregeltes Leben führen, Engherzigkeit, einigermaßen, eine Gruppe bilden
Niederländisch Niederländisch
een zeer hoge dunk hebben van, emigrerend, emigratie, emigrant, emigrante, emigreren, enghartig, enghartigheid, een akkoord bereiken over, een zware belasting zijn voor, een certificaat geven, een grote steun zijn, een groep vormen, een kraker zijn, een korte tijd, een chirurgische ingreep uitvoeren, een scherp verstand hebben, een zwaar karwei, een geregeld leven gaan leiden, eenjarig
